Overheid niet akkoord met gebruik gesplitst transport voor verwerkingsplicht

3 september 2014
Enkele intermediairs gebruiken de uitzondering voor gesplitst transport om de verwerkingsplicht in te vullen van bedrijven die vaste mest afvoeren. De overheid heeft naar aanleiding van een controle aangegeven dat zij niet akkoord gaat met deze werkwijze. CUMELA Nederland is het niet eens met de zienswijze van de overheid en beraadt zich met betrokken bedrijven op vervolgstappen.

Voor het uitruilen van fosfaat van geëxporteerde pluimveemest naar varkens- en rundveehouders moet de mest van de varkens-of rundveehouder op naam van de exporteur van de pluimveeemest gezet worden. Een aantal bedrijven maakt hiervoor gebruik van de uitzondering voor gesplitst transport, waarbij een container vaste mest wordt geladen bij de varkens- of rundveehouder. Onderweg naar de afnemer (binnen Nederland) wordt de container gelost en daarna weer geladen. Door gebruik te maken van de uitzondering voor gesplitst transport kan de mest gelost worden op naam van de intermediair en wordt er vervolgens een nieuwe vracht gestart met een nieuw VDM waarbij de intermediair de leverancier is en de vracht vervolgens naar een akkerbouwer in Nederland wordt afgevoerd. De uitzondering maakt het mogelijk dat het laden en lossen niet op een geregistreerde opslag hoeft plaats te vinden en dat er uit de vracht maar één keer een monster hoeft te worden genomen dat voor beide VDM's geldt. Op het eerste VDM wordt dan opmerkingscode 61 ingevuld.

De NVWA heeft één van deze ondernemers een officiële waarschuwing gegeven. Het Ministerie is van mening dat deze werkwijze niet gebruikt kan worden voor de invulling van de verwerkingsplicht, omdat de intermediair helemaal niet het doel heeft om de mest op eigen bedrijf te lossen en de werkwijze niet overeenkomt met het doel waarvoor de uitzondering destijds is gemaakt.

We waarschuwen u om voorlopig even voorzicht te zijn met het gebruik van deze uitzondering voor dit doel. 

Auteur: Hans Verkerk