mourik egp ziet een toenemende vraag voor retrofit uitlaatgasnabehandelingssystemen.

Wat is de inlenersbeloning onder de cao LEO?

Datum: 3 augustus 2020
Laatst bijgewerkt: 6 augustus 2020
Door: Jacqueline Tuinenga
De inlenersbeloning is wettelijk vastgelegd zodat een uitzendkracht hetzelfde salaris verdient en ontvangt als de overige personeelsleden van de inlener. Wanneer zij dezelfde werkzaamheden uitvoeren en in dezelfde cao zitten hebben de uitzendkrachten recht op een even hoge beloning als de vaste krachten. Sinds 30 maart 2015 is elk uitzendbureau verplicht om inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht toe te passen. Er is geen onderscheid tussen ABU of NBBU leden.

Inlenersbeloning geldt voor alle uitzendkrachten behalve voor werknemers met een contract voor onbepaalde tijd. Uitzendkrachten met een Fase C contract vallen onder een eigen (ABU-) loongebouw. Ook voor bepaalde groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt - denk aan schoolverlaters of langdurig werklozen - blijft een apart loongebouw gelden. Dit geldt ook voor mensen die worden bemiddeld vanuit de Participatiewet en mensen die het uitzendbureau van werk-naar-werk begeleidt.

Toepassing
De cao LEO kent een bepaling over uitzendbureaus. Hierin staat dat de inlenersbeloning van toepassing is op de uitzendkracht en dat de inlenende werkgever zich ervan moet verzekeren dat het uitzendbureau de inlenersbeloning toepast.

Welke arbeidsvoorwaarden vallen onder de inlenersbeloning?
Een juiste toepassing van de inlenersbeloning vereist kennis van de cao van de inlener. De kennis met betrekking tot de cao LEO wordt hier verstrekt zodat alle uitzendbureaus de cao LEO op een juiste manier kunnen toepassen. Bedrijven kunnen naar dit artikel verwijzen als uitzendbureaus om informatie over de cao vragen.

In artikel 8 Waadi staan de volgende zes arbeidsvoorwaarden genoemd die uit de bij de inlener geldende CAO moeten worden toegepast:

1. Het bruto loon conform de schaal waarin de werknemer is ingedeeld

Om te komen tot een juist salaris bij een functie moet het systeem van functiewaardering worden geraadpleegd. De indeling in het systeem van functiewaardering kenmerkt zich door referentiefuncties. De bedrijfsfunctie wordt daarmee vergeleken om deze in te delen en de loonhoogte van de bedrijfsfunctie vast te stellen. De cao LEO kent weekloon, of maandloon. Een 4-weken loon ontstaat door het weekloon te vermenigvuldigen met vier.

Uitzendbureaus werken veelal met een uurloon. Het uurloon wordt in de cao LEO verkregen door het weekloon te delen door 38, het 4-wekenloon te delen door 152 of het maandloon te delen door 165,3. De standaard werkweek is 38 uur; 7,6 uur per dag oftewel 7 uur en 36 minuten. Hierop is geen uitzondering mogelijk. Minder uren per week kan wel, maar dan is er sprake van een parttimer.

Gemechaniseerd loonwerk
Een medewerker die werkt met een machine is medewerker gemechaniseerd loonwerk. Deze functie is er op drie niveaus. De machine kan een tractor zijn, een minigraver, een mobiele graafmachine, een zelfrijdende machine of een andere machine. Verreweg de meeste werknemers in de cao LEO zijn medewerker gemechaniseerd loonwerk. Lees de functieomschrijving goed om te bepalen of een medewerker niveau I, II of III is.

Wordt er gewerkt als grondwerker of alleen met handgereedschap dan is de referentiefunctie: algemeen medewerker loonwerk. Ook deze functie bestaat op drie niveaus, algemeen medewerker loonwerk I, II of III.

Daarnaast zijn de volgende functies beschreven: medewerker transport (vrachtwagenchauffeur), technisch medewerker (monteur), administratief medewerker, medewerker huishoudelijke dienst, algemeen medewerker onderhoud (klusjesman/erfopruimer etc), commercieel medewerker, werkvoorbereider/planner en meewerkend uitvoerder. Er wordt gewerkt aan een nieuw systeem van functiewaardering op dit moment is nog niet bekend wanneer dit in de cao wordt opgenomen.

BBL
Voor het inschalen van een BBL-leerling/werknemer (hierna BBL) moet je rekening houden met drie elementen. De opleiding, de leeftijd en het parttime percentage. In artikel 43 lid 4 staat een tabel met de opleidingen en bijbehorende inschaling. Hoofdregel is dat een BBL’er  wordt ingedeeld in de functie waarvoor hij wordt opgeleid. Het loon is lager omdat hij nog in opleiding is. Van die functieschaal is schaal 0 het uitgangspunt (over het algemeen C0, D0 of E0).

Voor de jeugdige werknemer gelden de volgende percentages van het cao-loon van volwassen werknemer bij functieschaal 0.

Tabel met jeugdlonen uit artikel 35 lid 3

Leeftijd Functiegroep B, C
en D sinds 1-1-2018
15 jaar 40%
16 jaar 50%
17 jaar 60%
18 jaar 70%
19 jaar 80%
20 jaar 90%

 

Loontabel uit Art 43 Lid 4

BBL/
opleidings-
niveau

Functie waarvoor
opgeleid wordt
Functiegroep
tijdens opleiding
Beloning
tijdens opleiding
1     WML
2 Algemeen medewerker loonwerk B 85% van cao-loon functiegroep B
2 Medewerker gemechaniseerd loonwerk C 85% van cao-loon functiegroep C
2 Technisch medewerker C 85% van cao-loon functiegroep C
2 Medewerker gemechaniseerd loonwerk + technisch medewerker C 85% van cao-loon functiegroep C
3 Medewerker gemechaniseerd loonwerk D 90% van cao-loon functiegroep D
3 Medewerkers gemechaniseerd loonwerk D 90% van cao-loon functiegroep D
3 Technisch medewerker D 90% van cao-loon functiegroep D
Medewerker gemechaniseerd loonwerk + technisch medewerker D 90% van cao-loon functiegroep D

 

De cao geeft aan in artikel 43 lid 2 dat het dienstverband maximaal 80% kan zijn. Minder kan, meer niet. Aldus ontstaat een som van een loon in een schaal 0 x % functiewaardering x % leeftijd x % dienstverband.

Voorbeeld: een 18 jarige doet een opleiding voor machinist op niveau 3, hij heeft een dienstverband van 80%. Het salaris per maand is dan vanaf 1 juli 2020: D0 x 90% x 70% x 80%, ofwel € 2157,40 x 90% x 70% x 80% = € 1087,33 per maand.

BOL
Een stagiair van een BOL-opleiding is geen werknemer en ontvangt geen salaris. Er kan wel een onkostenvergoeding worden betaald, zoals een reiskostenvergoeding of een kledingvergoeding. Als de onkosten vergoeding te hoog wordt, wordt dit door de Belastingdienst als loon gezien.

Vakantietoeslag
Onderdeel van het loon is de vakantietoeslag. Aan de vakantietoeslag kun je eventueel ook bij iedere loonbetaling voldoen. Dit moet dan apart op de loonstrook vermeld worden. Je berekent de vakantietoeslag van 8,33% over het normale loon (dus bijvoorbeeld niet over de uitbetaling van ATV en overwerk).

Een werknemer heeft ook recht op vakantiedagen, omdat uitzendbureaus het uurloon als basis hebben, hebben wij uitgerekend welke rechten de werknemer per gewerkt uur opbouwt.

Wettelijke vakantiedagen mogen tijdens het dienstverband niet uitbetaald worden. Wel mogen ze aan het einde van het dienstverband uitbetaald worden. Per gewerkt uur heeft de werknemer recht op:

  • Wettelijke vakantie-uren                             0,07663 uur per gewerkt uur en
  • Bovenwettelijke vakantie-uren                 0,02299 uur per gewerkt uur

De niet opgenomen bovenwettelijke vakantiedagen mogen in onderling overleg worden uitbetaald. In totaal komt het aantal vakantie-uren op 0,099617 uur per gewerkt uur tot een totaal van 26 vakantiedagen per jaar bij een fulltime dienstverband.

Als deze uren worden uitbetaald moet dat inzichtelijk op de loonstrook benoemd worden.

2.  ATV  dagen

De cao LEO geeft aan alle werknemers 13 atv dagen per jaar op basis van een fulltime (38 uur) dienstverband. De werknemer heeft dit recht naar rato als hij een deel van het jaar of parttime in dienst is. Op een arbeidstijdverkorting (atv) dag heeft de werknemer recht op salaris.

Werkgever en werknemer plannen de atv in onderling overleg in. Wordt een werknemer ziek op een geplande atv dag, wordt deze als opgenomen beschouwd. Tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt geen atv opgebouwd.

Als er op 1 april van het volgende kalenderjaar nog atv dagen van het jaar ervoor over zijn, worden deze uitbetaald op basis van 130% van het feitelijk loon. Dit betekent dat het uurloon zoals hiervoor berekend x 130% x 7,6 uur de waarde is van een atv-dag.

Voor uitzendbureaus is het waarschijnlijk niet handig om de atv in te plannen zoals de cao bedoeld, maar uitbetalen toegestaan. Het recht op atv komt per gewerkt uur overeen met 0,05 uur. Wanneer je er voor kiest om de opgebouwde atv direct uit te betalen, benoem dit dan als ‘uitbetalen atv’ op de loonstrook zodat ook voor de uitzendkracht duidelijk is dat dit recht wordt uitbetaald.

3. Toeslagen voor overwerk en onregelmatige uren

Als er meer wordt gewerkt dan 7,6 uur per dag of 38 uur per week is er sprake van overwerk. Overwerk wordt beloond tegen de geldende percentages uit artikel 48 van de cao.  Wanneer er binnen de arbeidstijd (artikel 21 cao) gewerkt wordt en er is sprake van overwerk dan wordt dit betaald tegen 130% x uurloon. Het is aan de werkgever om het overwerk in geld of tijd “uit te betalen”.  De helft van de overuren mogen worden vergoed in vrije tijd en moeten worden opgenomen in de 4 maanden (of 6 maanden als dit schriftelijk is overeengekomen) nadat het overwerk is gemaakt. Worden er overuren, dus meer dan 7,6 uur, gemaakt tussen 22.00 uur en 06.00 uur, is de beloning 150%.

Onaangename uren zijn uren die worden gewerkt buiten de arbeidstijd. De arbeidstijd is vastgesteld tussen 06.30 uur en 18.00 uur of van 07.00 uur tot 18.30 uur. Het bedrijf waar gewerkt wordt bepaald welke arbeidstijd van toepassing is. De toeslag voor onaangename uren is 30%, de beloning is dus 130%. Deze bepaling is niet van toepassing voor de werknemer ingedeeld in functiegroep G of hoger. Zie artikel 49 cao LEO.

Werken buiten de arbeidstijd
Voor het werken op zaterdag, zondag en op feestdagen geldt een toeslag. Wanneer er op zaterdag wordt gewerkt is de beloning 130%. En wanneer er op zondag wordt gewerkt is de beloning 200%

De feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag. Wordt er gewerkt op een feestdag in het weekend, dan is de beloning 200%. Wordt er gewerkt op een feestdag op een doordeweekse dag, dan is de beloning voor de gewerkte uren 100%. Met de in het periodesalaris opgenomen betaling voor die dag komt de beloning op 200%.

Ploegentoeslag
Na onderling overleg kan een 2- of 3-ploegendienst worden ingesteld. Dan is artikel 21 lid 2 niet van toepassing, de bepaling dat de normale arbeidstijd moet liggen tussen 06.30 uur en 18.00 uur of 07.00 uur en 18.30 uur. Zodra er langer dan een week 24 uur per dag in 2-ploegendienst is gewerkt, is de werkgever verplicht een 3-ploegendienst in te voeren. Als er sprake is van een geplande nachtdienst die korter duurt dan de overeengekomen arbeidstijd, dan geldt deze nachtdienst als een volledige dienst.

Er is sprake van een nachtdienst als er arbeid wordt verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. De minimum rust na een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur, is 14 uur (1 maal per periode van 7 x 24 uur in te korten tot 8 uur). De percentages voor overwerk worden berekend over het uurloon, verhoogd met de toeslag van 12,5% respectievelijk 15% (art 47 cao LEO).

De bepalingen over begin en eind van de arbeidstijd, normale arbeidstijden (38 uur per week) en  de beloning van overwerk zijn niet van toepassing op de werknemer die is ingedeeld in functiegroep F of hoger. Zie hiervoor artikel 21, 22 en 48 cao LEO.

4. Initiële loonsverhogingen, zoals bij inlener bepaald

De cao schrijft loonsverhogingen voor. Deze zijn dan opgenomen in de cao tekst. Als er (tijdelijk) geen cao is, zijn er mogelijk ook geen loonsverhogingen. De loontabellen in de cao zijn de ondergrens. Als een salaris hoger is dan een cao loon dan heet dit hogere bedrag een persoonlijke toeslag. Stel een inlener geeft los van wat de cao voorschrijft een loonsverhoging dan hebben uitzendkrachten die werkzaam zijn bij die inlener ook recht op die loonsverhoging. Het gaat immers om een inlenersbeloning.

5. Onkostenvergoedingen

De cao kent een aantal onkostenvergoedingen die vallen onder de inlenersbeloning. Deze zijn:

  • Reiskosten
  • Huisvesting
  • Bereikbaarheidsvergoeding

Waar in de cao wordt gesproken over vergoedingen, zijn dit bruto vergoedingen. Afhankelijk van het fiscale klimaat op een bepaald moment kunnen deze vergoedingen wellicht netto verstrekt worden.

Reiskosten (art 52)
Als de afstand van de woning van de werknemer tot de werkplaats, c.q. de plaats waar gewerkt wordt, tenminste 5 km bedraagt, betaald de werkgever bij gebruik van een eigen vervoermiddel een afstandsvergoeding (artikel 52): 

  • bij een afstand van 5 km t/m 10 km € 1,70 per dag;
  • bij een afstand van 11 km t/m 15 km € 2,25 per dag;
  • voor de werknemer die een gemotoriseerd voertuig gebruikt geldt dat, als de afstand van zijn woning tot de werkplaats, c.q. de plaats waar gewerkt, wordt groter is dan 15 km, aan hem per dag een vergoeding zal worden betaald van € 0,17 per kilometer;
  • wanneer in overleg met de werkgever gebruik wordt gemaakt van een auto en daarbij één of meerdere medewerkers worden vervoerd, is de vergoeding per auto € 0,31 per km.

Bij verhuizing van de werknemer naar een verder van het bedrijf gelegen woonplaats bepalen werkgever en werknemer in onderling overleg de nieuwe afstandsvergoeding.

Huisvesting (art 58)
Als het voor de werknemer niet mogelijk is vanwege de afstand elke avond naar zijn woning terug te keren, zal de werkgever hem huisvesten. Deze huisvesting zal in overleg tussen de werkgever en werknemer geschieden. De kosten van voeding en huisvesting komen voor rekening van de werkgever.

Voor kleine verteringen e.d. tijdens de reis en huisvesting kan een verblijfsvergoeding worden verstrekt van € 6,85 per dag, tenzij de werkgever de kosten volledig betaalt (artikel 58 lid 3).

Bereikbaarheidsvergoeding (art 55)
Wanneer met een medewerker schriftelijk overeengekomen is om buiten de voor de werknemer vastgestelde arbeidstijd bereikbaar te zijn voor het bedrijf om onverwachts dringende reparatie- en onderhoudswerkzaamheden te verrichten, en de werknemer verplicht is aan een oproep van de werkgever gehoor te geven, wordt aan de werknemer een vergoeding betaald voor de tijd die hij voor het bedrijf bereikbaar moet zijn. De werknemer ontvangt dan een vergoeding. Deze vergoeding bedraagt € 12,80 bruto per etmaal of deel van het etmaal. Een etmaal is een periode van 24 uur. Deze bereikbaarheidsvergoeding geldt niet voor werknemer in functiegroep G en hoger. Zie artikel 55 cao LEO.

Niet onder de inlenersbeloning vallen de vergoedingen voor:

  • Reisuren (volgens de definitie van de cao LEO)
  • Maaltijd bij overwerk
  • Telefoonvergoeding
  • Werkkleding

6. Periodieken

Als een werknemer nog niet is ingeschaald in de hoogste periodiek van een functieschaal heeft hij ieder jaar per 1 januari recht op een volgende periodiek, tot het maximum aantal periodieken is behaald. Hij moet wel minimaal 6 maanden in een periodiek zijn ingedeeld om voor een verhoging in aanmerking te komen. Voorbeeld: werknemer komt in dienst op 1 oktober. Per 1 januari heeft hij dan nog geen recht op een volgende periodiek omdat hij nog geen 6 maanden volgens die periodiek is beloond.

Jongeren tot 21 jaar hebben geen recht op periodieken. Zij hebben ieder jaar op hun verjaardag recht op loonsverhoging doordat zij ouder worden.

De werkgever kan het automatisch toekennen van een functieschaal maximaal een jaar opschorten. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • De opschorting gebeurt op basis van een functionerings- en/of beoordelingsgesprek.
  • De argumenten zijn schriftelijk vastgelegd.
  • Binnen het bedrijf wordt een systeem van regelmatige functionerings- en/of beoordelingsgesprekken met alle werknemers gehanteerd.

Let op! Wanneer de inlener zelf ook nog een eigen arbeidsvoorwaardenreglement kent voor haar werknemers, bovenop de cao, dan geldt deze ook voor de uitzendkrachten die bij de inlener zijn tewerkgesteld. Het is namelijk ‘inlenersbeloning’ en geen ‘cao-beloning.’

Welke fouten worden vaak gemaakt bij toepassing inlenersbeloning?
De volgende fouten worden vaak gemaakt met betrekking tot de inlenersbeloning: onjuist uurloon, verkeerde functie of functiegroep, het niet doorvoeren van loonsverhogingen en periodieken en het verkeerd toepassen van overwerk- en toeslagpercentages. In de cao LEO gaat het met name vaak fout bij het toepassen van de atv en de omvang van de werkweek.

Bekijk hier de digitale uitgave van de cao LEO