Spuit

Gewasbescherming gaat steeds duurzamer

Datum: 20 november 2020
Laatst bijgewerkt: 20 november 2020
Door: John Augustijn
Het beperken van nadelige milieueffecten van chemische gewasbeschermingsmiddelen is noodzakelijk. Er is al heel wat actie ondernomen op dat vlak en dat blijft voorlopig ook nog nodig. Cumela ondersteunt deze acties daar waar mogelijk. Lees hier wat er zoal gebeurt.

Het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen tegen onkruid ziektes en plagen draagt bij aan het produceren van betaalbaar en veilig voedsel. Toch is er al jarenlang veel discussie over het gebruik van deze middelen en ondanks dat er op diverse vlakken al grote stappen zijn gezet wordt deze discussie nog lang niet altijd even genuanceerd gevoerd.

Middelen
Vanaf de jaren veertig van de twintigste eeuw kwam de ontwikkeling van chemische gewasbeschermingsmiddelen op gang. De meeste van deze middelen waren erg doeltreffend en betrouwbaar maar sommige middelen waren ook nogal schadelijk voor het milieu. Vanaf de zestiger jaren werd de schadelijkheid van deze middelen steeds vaker erkend. Er werden daarom ook andere middelen ingezet. Vooral het toenemend gebruik van natuurlijke vijanden zorgde voor een kleinere inzet van chemische middelen. 

Vanaf de jaren tachtig zijn er steeds meer minder milieubelastende middelen ontwikkeld om het gewas te beschermen en nu zijn de middelen vooral gericht op effectiviteit en milieuvriendelijkheid. Al deze  ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat er nu aanzienlijk minder chemische stoffen worden gebruikt en deze middelen zijn ook nog eens vriendelijker voor het milieu.

Techniek
De laatste jaren is ook de toepassingstechniek verbeterd. Er zijn bijvoorbeeld meng- en spoelsystemen ontwikkeld die een stuk gebruiksvriendelijker zijn voor de chauffeur van de spuit. Hierdoor komt hij veel minder in aanraking met het middel in de onverdunde vorm, dus voordat het met water word vermengd en dat maakt de toepassing een stuk gebruiksvriendelijker.

Ook de manier van aanwenden wordt regelmatig verbeterd. De laatste jaren zie je dat er voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen steeds hogere driftreducerende technieken wordt voorgeschreven. Een laatste wijziging is per 2020 van kracht geworden. Zo moet voor sommige technieken en doppen de toepasser laten zien dat er met een bepaalde spuit- en of vloeistofdruk is gespoten of er moet gekozen worden voor een verdubbeling van de in het activiteitenbesluit vereiste teeltvrije zone.

De laatste jaren zie je dat er voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen steeds hogere driftreducerende technieken wordt voorgeschreven.

Toelatingsbeleid
Ook via het toelatingsbeleid wordt geprobeerd om de druk op het milieu te verlagen. Helaas pakt dat niet altijd goed uit voor de telerspraktijk. Een recent voorbeeld hiervan is het verbod op het ontsmetten van bietenzaad met neonicotinoïden. Het argument voor dit verbod was om de schadelijke werking van neonicotinoïden voor bijen te beperken.

Na het invoeren van het verbod blijkt echter dat de luizenpopulatie sterk is toegenomen. Hierdoor zie je in steeds meer bietenpercelen steeds grotere aantastingen door de vergelingsziekte. Om grote opbrengstdervingen te voorkomen is het daarom nodig om een aantal keren per seizoen een extra luizenbestrijding uit te voeren. De vraag is dan ook of dit verbod wel bijdraagt aan een lagere milieubelasting. Daarbij komt dat er geen gelijk speelveld ontstaat als andere lidstaten binnen de EU weer een ontheffing (derogatie) voor het gebruik van zaadcoating afgeven.
Het is daarom ook niet voor niets dat er onlangs kamervragen zijn gesteld door de politiek aan het ministerie.

Imago
Het heeft er alle schijn van dat het nuttig is om ook richting consument wat uitgebreider te gaan communiceren. Als voorbeeld kan hier de invoering van het lage doseringen systeem dienen. Ook dit systeem is destijds ingevoerd om de belasting van gewasbeschermingsmiddelen op het milieu te verlagen.

Binnen dit systeem gebruik je bijvoorbeeld niet in één keer tien kilogram middel maar pas je het middel drie keer toe in een dosering van twee kilogram. In totaliteit gebruik je dus minder middel terwijl het effect hetzelfde is, maar je rijdt wel drie keer vaker met de spuitmachine over de straat en dat kan een verkeerd beeld oproepen. Bovendien wordt veldspuit ook gebruikt voor het toedienen van bijvoorbeeld vloeibare (kunst)meststoffen waardoor dit beeld extra versterkt wordt.

Naast bovengenoemde ontwikkelingen was er in Zuid-Nederland ook een praktische actie die ik graag even toelicht, namelijk het stimuleren van gezamenlijke gebruik van afspoelplaatsen voor gewasbeschermingsmiddelen. Het aanleggen van een wasplaats die voldoet aan de eisen om gewasbeschermingsmachines te mogen wassen kost veel geld en is daarmee voor een individuele ondernemer niet erg aantrekkelijk.

Recent is er een overleg opgestart om de mogelijkheden van het aanleggen van gezamenlijke afspoelplaatsen te onderzoeken. Aan dit overleg nemen onder meer het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) ZLTO, de waterschappen Brabantse Delta,  Aa en Maas en de Dommel, Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), Brabant water, Agrodis, de provincie Noord-Brabant en Cumela deel.

De  eerste conclusie is  dat de interesse bij de ondernemers gewekt kan worden door een stimuleringsbeleid. CLM heeft aangegeven technisch en inhoudelijke input te willen geven over zowel de gezamenlijke als individuele installaties. Daarnaast blijkt dat dit overleg met partijen die nogal uiteenlopende opvattingen hebben op het vlak van gewasbescherming te leiden tot meer begrip voor elkaars standpunten en handelen en ook dat is winst.

Bezem door de middelenkast
Een andere actie die al plaats heeft gevonden is de bezem door de middelenkast. Ondernemers konden zich daar tot 1 november voor aanmelden en kregen zo de kans om middelen die niet in de kast thuishoren op te ruimen. Omdat zorgvuldig omgaan met gewasbeschermingsmiddelen hoort bij het huidige ondernemerschap en deze actie daarbij aansluit ondersteunden we die van harte. Andere initiatiefnemers waren de provincie Brabant, de Brabantse waterschappen, drinkwaterbedrijf Brabant Water en  ZLTO.

Ook op deze manier werken we  samen aan een betere kwaliteit van oppervlaktewater én grondwater.

Middelen behouden
Het beperken van nadelige milieueffecten van chemische gewasbeschermingsmiddelen is noodzakelijk. Wat alleen dan houden we de beschikking over voldoende middelen om de bedrijfsvoering enigszins praktisch en daarmee voedselproductie betaalbaar te houden. Er is al heel wat actie ondernomen op dat vlak en dat zal voorlopig ook nog wel nodig blijven. Cumela ondersteunt deze acties daar waar mogelijk.