De maat van mest

9 april 2019
De Nederlandse mestmarkt is op dit moment sterk aanbodgestuurd. Dit is vooral een gevolg van de huidige situatie met een mestoverschot. Het kost de veehouder veel geld om van het overschot af te komen en de akkerbouwers krijgen geld toe om de mest af te nemen. Hierdoor komt de vraag welke mestkwaliteit de gebruiker wil op het tweede plan. Wat nu als de mestmarkt wel meer vraaggestuurd zou zijn? Welke eisen stelt een akkerbouwer dan aan mest en hoe kan je daar als cumela-ondernemer op sturen?

Deze vraag staat centraal in de Publiek Private Samenwerking (PPS) “Sturen op mestkwaliteit”. De eerste resultaten zijn bediscussieerd op 19 juni 2018 met melkveehouders, mestdistributeurs, akkerbouwers en adviseurs en onlangs gepubliceerd in een rapport. Zie de link voor het rapport. https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/472431

Wat wil de afnemer van mest?
Een eenduidig antwoord is er niet. Voor de afnemers van mest hangt de gewenste kwaliteit af van het doel, namelijk wil je de plant of de bodem voeden? Gaat het om bemesting of om verbetering van bodemkwaliteit (bodemstructuur, vochthuishouding, bodemgezondheid) of koolstofvastlegging via aanvoer van organische stof? Verder wil de afnemer een voorspelbare kwaliteit die bij voorkeur voorafgaand aan het gebruik bekend is. Over de bemestende waarde van mest (NPK = stikstof, fosfor en kalium) is al veel bekend en richtlijnen daarvoor zijn in de bemestingsadviezen opgenomen.
Over de kwaliteit van de organische stof (OS) zijn er meer vragen. Het gaat hier om aspecten als afbreekbaarheid en waarde voor het bodemleven. Snel afbreekbare organische stof stimuleert het bodemleven en daarmee het beschikbaar komen van nutriënten uit de organische stof. De langzaam afbreekbare organische stof levert een bijdrage aan het behoud van het organische stofgehalte van de bodem. Deze is van belang voor een goede structuur en vochthuishouding van de bodem. Zowel de snel als langzaam afbreekbare organische stof zijn van belang voor de gewasproductie. Met het aandeel snel en langzaam afbreekbare organische stof kan een gebruiker sturen op nutriëntenlevering dan wel opbouw van organische stof in de bodem. Om de juiste verhouding te weten bij verschillende bedrijfssituaties is nog kennisontwikkeling nodig. Het ligt voor de hand om in situaties met een tekort aan OS, zoals bij intensieve bouwplannen met weinig graan, aan te vullen met vooral langzaam afbreekbare OS. Bij voldoende OS zal er vooral behoefte zijn aan snel afbreekbare OS.

Hoe kun je sturen op mestkwaliteit?
In een vraaggestuurde mestmarkt zal de keuze van de mestsoort afhangen van de behoefte van de gebruiker. Concreter: van de nutriënten- en organische stofbehoefte van een bouwplan. Akkerbouwers hebben beide nodig, waarbij voldoende organische stof belangrijk is door de krappe aanvoer via gewasresten in veel intensieve bouwplannen. Hierbij is de verhouding tussen NPK en OS van belang. Met name een hoge verhouding OS / P is wenselijk omdat de P-bemestingsnorm meestal bepaalt hoeveel mest op een akkerbouwbedrijf aangewend kan worden. Bij een lage P kan dan veel OS aangewend worden. Om die reden is en wordt er in het onderzoek gekeken naar verwijdering van P uit de mest. Vooralsnog blijkt dat het bij zowel rundvee- als varkensmest niet eenvoudig is P uit mest te halen om de verhouding OS / P of N / P gunstig te beïnvloeden. Dat lijkt beter te lukken met aanzuren of sterk verdunnen met water maar dat is kostbaar.

Stromest is voor de akkerbouwers aantrekkelijk wegens een hoog K- en EOS-gehalte, maar is voor de melkveehouder duur wegens hoge strokosten. Afzet van de dikke fractie na mechanische scheiding kan aantrekkelijk zijn voor afzet naar de akkerbouwer, mits het scheidingsrendement niet te hoog is want dan is de OS / P verhouding het gunstigst. Echter als de discussie gaat over de dunne (urine) fractie als mogelijke vervanger van kunstmest dan is juist een hoog scheidingsrendement belangrijk. Want als er teveel OS in de dunne fractie terecht komt, is de werkingscoëfficiënt van N te laag om in aanmerking te komen als kunstmestvervanger. Uit de eerder genoemde studie blijkt dat onbewerkte rundvee mest een goed compromis is tussen de waarde als meststof en als bodemverbeteraar en dat mestbewerking voor zowel de melkveehouder als akkerbouwer vaak geen voordelen biedt.

Deze tekst is gebaseerd op artikelen van Paul Galama en Wim van Dijk (beiden WUR)

Auteur: Hans Verkerk