Uiterlijk verschilt de elektrische knikdumper nauwelijks van zijn diesel aangedreven tegenhanger. Onder de motorkap is dat een ander verhaal. Daar zijn drie accupakketten geplaatst, terwijl in de onderbouw vóór de voorwielen ruimte is gevonden voor nog eens twee batterijen. Daardoor is de bodemvrijheid wel iets afgenomen.
Met deze vijf accupakketten beschikt de machine over een totale accucapaciteit van 350 kWh. Daarmee kan naar verwachting vijf tot zes uur worden gewerkt. Dankzij de mogelijkheid om met 350 kW te snelladen, zou tijdens een pauze voldoende energie kunnen worden geladen om een volledige werkdag af te ronden. Vooral in de mijnbouw biedt dat kansen. Daar werken vaak meerdere machines die om beurten kunnen worden geladen en is het eenvoudiger om voldoende laadcapaciteit beschikbaar te maken, omdat locaties jarenlang in gebruik blijven.
De elektromotor is afkomstig uit Volvo's vrachtwagendivisie. Net als bij de elektrische vrachtwagens gaat het om een hoogtoerige motor die meer dan 10.000 toeren per minuut draait. Daarom is een extra overbrengingskast nodig om de transmissie op het juiste toerental aan te drijven. De elektrische A30 weegt hierdoor ongeveer twee ton meer dan de dieselversie, terwijl de A40 bijna drie ton zwaarder is. De eerste machines worden nog dit jaar ingezet in een Noorse mijn.
Tweede generatie elektrische minigraafmachine
Bij de elektrische minigraafmachines is Volvo inmiddels toe aan de tweede generatie. Deze beschikt over een twee keer zo grote accu van 40 kWh en een nieuwe hydraulische pomp. Daarmee wil Volvo een veelgehoorde klacht van gebruikers aanpakken. Door het ontbreken van motorgeluid produceerde de eerste generatie een opvallend en soms als storend ervaren hydraulisch geluid.
Met de nieuwe pomp en aangepaste elektromotor is dit geluid aanzienlijk verminderd. Toch blijft een hoog zoemend geluid hoorbaar, waardoor de machine in de praktijk iets minder stil is dan verwacht.
Ook de positie van de laadstekker is gewijzigd. Deze bevindt zich niet langer aan de achterzijde van de machine, maar naast de deur. Met de contactsleutel kan de laadklep worden geopend en kan direct de laadprocedure worden gestart. Bij de eerste generatie zat deze bediening nog in de cabine, waardoor gebruikers meerdere keren moesten in- en uitstappen om het laden te starten of te stoppen. De nieuwe oplossing werkt daardoor meer zoals bij een elektrische auto.
Derde generatie miniwiellader
Ook bij de kleine wielladers staat de ontwikkeling niet stil. Volvo presenteerde inmiddels de derde generatie van de elektrische miniwiellader. Deze kan worden uitgerust met twee extra accupakketten, waardoor de totale accucapaciteit uitkomt op 56 kWh.
Voor het laden kunnen klanten kiezen uit één lader van 4,6 kW, maar ook uit een configuratie met twee of zelfs drie laders. In dat laatste geval bedraagt het laadvermogen 13,8 kW. Daarmee kan
tijdens een werkonderbreking voldoende energie worden bijgeladen om de machine de rest van de dag inzetbaar te houden.