Kenteken

Registreren van (land)bouwvoertuigen bij RDW

Datum: 18 december 2020
Laatst bijgewerkt: 13 januari 2021
Door: Hero Dijkema
Vanaf 1 januari 2021 kunnen bestaande (land)bouwvoertuigen zonder keuring bij de RDW worden geregistreerd. Na 2021 is het nog steeds mogelijk om bestaande (land)bouwvoertuigen te registreren bij de RDW, maar dan is een keuring verplicht en lopen de kosten dus op. Hieronder wordt uitgelegd waar je op moet letten bij de registratie van bestaande (land)bouwvoertuigen kan vastleggen in het kentekenregister.

Vanaf 1 januari 2021 geldt er een registratieplicht voor bestaande en nieuwe (land)bouwvoertuigen die op de openbare weg rijden. Het registreren bestaat uit het inschrijven en tenaamstellen van het voertuig in het kentekenregister bij de RDW. Bestaande (land)bouwvoertuigen kunnen gedurende heel 2021 (de zogenaamde conversieperiode) administratief worden geregistreerd. Administratief wil zeggen dat het voertuig niet hoeft te worden gekeurd of geschouwd door de RDW.

Je kunt een bestaand (land)bouwvoertuig ook na 2021 registreren, maar dan moet deze wél eerst door de RDW worden gekeurd. De kosten hiervan bedragen een veelvoud van de registratiekosten tijdens de conversieperiode.

Registratieplicht geldt voor alle bestaande:

  • Landbouwtrekkers op wielen (categorie T), ongeacht de constructiesnelheid
  • Landbouwtrekkers op rupsen (categorie C), ongeacht de constructiesnelheid
  • Landbouwaanhangwagens (categorie R; voor transport zoals gronddumpers en silagewagens) die sneller kunnen of sneller rijden dan 25 km/u
  • Verwisselbare getrokken uitrustingsstukken (categorie S; getrokken werktuigen zoals balenpersen en cirkelharken) die sneller kunnen of sneller rijden dan 25 km/u
  • Motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS; categorie Z; zelfrijdende werktuigen zoals oogstmachines en grondverzetmachines ) met een maximumconstructiesnelheid van 6 km/u of meer


Wel zijn er uitzonderingen op de registratieplicht, welke in een apart artikel op de website van Cumela staan.

Inloggen bij RDW
Bestaande (land)bouwvoertuigen moeten door de eigenaar zelf bij de RDW worden geregistreerd. Je kunt met eHerkenning of DigiD inloggen op de website van RDW. Zakelijke gebruikers moeten met eHerkenning inloggen, wanneer de voertuigen op naam van onderneming geregistreerd moeten worden. Bij inloggen met DigiD komt het voertuig op naam van een particuliere eigenaar, dus niet op het bedrijf.

Na inloggen kun je per voertuig maximaal 10 registratie-items invullen. Tot 1 april 2021 is het alleen mogelijk om één voertuig te registreren, waarna er direct betaald moet worden. Per geregistreerd voertuig kost dat € 18,00. Daarna kun je een volgend voertuig registreren.

Vanaf uiterlijk 1 april 2021 is het mogelijk om in één keer minimaal 25 (land)bouwvoertuigen te registreren. Dit kan via de zogenaamde bulkaanvraag middels een speciale Excelsheet van RDW. Gebruik tot die tijd een eigen Excelsheet om de voertuiggegevens vast te leggen. Noteer daarbij per regel de 10 voertuiggegevens over dus 10 kolommen.

Voertuiggegevens
In onderstaande tabel staan de 10 voertuiggegevens die kunnen worden geregistreerd. De gegevens over het voertuig die de eigenaar verstrekt zijn leidend bij de registratie. Vanzelfsprekend moeten de voertuiggegevens kloppen met de technische gegevens van het voertuig.

Registratie-items landbouw-
trekker
MMBS getrokken
materieel
> 25 km/u
1. Voertuig- identificatienummer V V V
2. Vermelding of het
voertuig is voorzien
van een GV-kenteken
V V n.v.t.
3. Voertuig- categorie V V V
4. Merk V V V
5. Handels- benaming V V V
6. Type (indien bekend) F F F
7. Bouwjaar V V V
8. Brandstof(fen) V V V
9. Maximum-
constructiesnelheid
V V V
10. Voertuigomschrij- ving (bij MMBS) n.v.t. V n.v.t.

V=verplicht  F=facultatief

1. Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer (VIN) maakt elk voertuig uniek identificeerbaar. Het VIN vormt de koppeling tussen het voertuig en kentekenbewijs. Alle registratieplichtige voertuigen moeten een identificatienummer hebben. Het voertuigidentificatienummer moet in het chassis, frame of soortgelijke dragende structuur zijn ingeslagen en goed leesbaar zijn. Bij getrokken materieel ontbreekt soms een ingeslagen identificatienummer. Het voertuignummer of constructienummer op de constructieplaat van de aanhangwagen volstaat dan ook voor registratie.

Wanneer er geen enkel identificatienummer op het voertuig zit, bijvoorbeeld omdat het eigenbouw is, kan de RDW er een VIN-nummer inslaan. Hiervoor kan de RDW bij je langskomen en daar zijn kosten aan verbonden. Ook kan de fabrikant alsnog een uniek identificatienummer inslaan. Bij eigenbouw moet er wel een uniek nummer op komen. Denk daarbij aan een identificatienummer met eerst 3 of 4 letters (bijv. intialen van eigenaar of bedrijfsnaam), het bouwjaar en vervolgens 4 of 5 cijfers. Belangrijk is dat er op het voertuig een uniek identificatienummer aanwezig is. Zo niet, dan kan het voertuig niet worden geregistreerd.

constructieplaat

Bij nieuwere tractoren goedgekeurd onder de verordening 167/2013 staat type niet meer op de constructieplaat, maar in de trekkerpapieren.

2. Vermelding GV-kenteken
Ook alle bestaande (land)bouwvoertuigen met een GV-kenteken moeten nog een keer worden geregistreerd bij de RDW. Dit ter controle of je nog steeds de eigenaar/houder bent van het voertuig. De kosten van deze zogenaamde tenaamstelling zijn wel minder, namelijk € 10,40 per voertuig. Wanneer het voertuig is voorzien van een GV-kenteken, moet dit GV-kenteken worden ingevoerd tijdens de registratie. In principe houd je hetzelfde GV-kentekennummer. Heb je een GV-kentekenplaat zonder blauw NL-logo dan moet je deze vervangen voor een nieuwe GAIK-plaat.

Let op: wanneer het voertuig met een GV-kenteken niet in 2021 wordt geregistreerd, vervalt de registratie van het voertuig met ingang van 1 januari 2022. Dan mag je er vanaf 2022 niet meer mee rijden en moet het voertuig voor de nieuwe registratie eerst worden gekeurd door de RDW.

3. Voertuigcategorie
Er worden 5 verschillende voertuigcategorieën voor de bestaande (land)bouwvoertuigen onderscheiden:

  • landbouwtrekkers op wielen (categorie T)
  • landbouwtrekkers op rupsen (categorie C)
  • landbouwaanhangwagens (categorie R)
  • verwisselbare getrokken uitrustingsstukken (categorie S)
  • motorrijtuigen met beperkte snelheid (categorie Z)


Wanneer een landbouwtrekker in de fabriek van wielen is voorzien, maar naderhand is uitgerust met rupsen, dan blijft het voor de registratie een landbouwtrekker op wielen. De voertuigcategorie die op de constructieplaat vermeld staat is namelijk leidend.

Er worden twee categorieën aanhangwagens onderscheiden. Een landbouwaanhangwagen categorie R is ingericht voor het vervoer van goederen, bijvoorbeeld een gronddumper, landbouwkipper of silagewagen. Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk categorie S is ingericht om bewerkingen uit te voeren, bijvoorbeeld een balenpers of cirkelhark. Algemeen kan gesteld worden dat voertuigen categorie S zijn uitgerust met een aftaktussenas.

4. Merk
Het merk van een (land)bouwvoertuig spreekt eigenlijk voor zich. Het merk staat op de buitenkant van het voertuig. Op de constructieplaat staat de naam van de fabrikant. De fabrikant hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als het merk. Fabrikant AGCO is bijvoorbeeld producent van meerdere merken tractoren, zoals Fendt, Massey Ferguson en Valtra. Bij eigenbouw voertuigen moet je zelf een ‘merk’ bepalen.

5. en 6. Handelsbenaming en type
Bij handelsbenaming en type is het even goed oppassen. Deze betekenen namelijk bij de registratie net iets anders dan we gewend zijn. De handelsbenaming is de benaming die aan de buitenkant van het voertuig is aangebracht, bijvoorbeeld bij een New Holland T7.210 is de handelsbenaming T7.210. In de praktijk noemen we dit meestal type, maar type is voor de registratie dus een ander begrip.

Op de constructieplaat staat meestal het type vermeld. Dit kan hetzelfde zijn als de handelsbenaming op de buitenkant, maar dat hoeft niet. Bij landbouwtrekkers is het type ook te vinden in het Certificaat van Overeenstemming (CvO) oftewel de trekkerpapieren.

Op getrokken materiaal zoals een gronddumper staat soms geen handelsbenaming op de buitenkant van de bak. In dat geval kan als handelsbenaming het type op de constructieplaat worden opgegeven. In dat geval zijn handelsbenaming en type hetzelfde.

De handelsbenaming is een verplicht registratie-item. Het type hoeft alleen te worden geregistreerd als het bekend is.

constructieplaat gronddumper

Bij veel getrokken materieel staat type op de constructieplaat en dat is ook vaak de handelsbenaming.

constructieplaat

Type en handelsbenaming zijn bij tractoren niet altijd hetzelfde.

7. Bouwjaar
Het bouwjaar staat meestal op de constructieplaat. Het bouwjaar wordt gebruikt om de datum van eerste toelating (DET) vast te stellen. Een (land)bouwvoertuig met bouwjaar 2015 wordt bij RDW geregistreerd op 30-06-2015. Dus alle bestaande (land)bouwvoertuigen hebben een datum eerste toelating van 30 juni + het bouwjaar.

8. Brandstof
Op het invulscherm staan verschillende soorten brandstof. Je moet de brandstof kiezen die het meest gebruik wordt in het voertuig. Dat zal bij de meeste (land)bouwvoertuigen diesel zijn. Maar ook gas of waterstof zijn tegenwoordig mogelijk.

9. Maximumconstructiesnelheid
De maximumconstructiesnelheid is een belangrijk voertuiggegeven, dat ook tot andere verplichtingen kan leiden. Probleem is dat dat van veel (land)bouwvoertuigen niet bekend is wat de maximumconstructiesnelheid is. Bij landbouwtrekkers staat het meestal in de trekkerpapieren of in andere technische documentatie vermeld.

Alle landbouwvoertuigen met een goedkeuring op grond van de Verordening 167/2013 hebben op de constructieplaat de Europese voertuigcategorie staan. Als op een landbouwtrekker staat T1a, dan weet je dat de maximumconstructiesnelheid 40 km/u is. De letter “a” betekent namelijk een maximumconstructiesnelheid van 40 km/u. Staat er een “b” achter, dan is de maximumconstructiesnelheid meer dan 40 km/u. Dit principe geldt ook voor getrokken materieel dat goedgekeurd is als R of S. Een R3b is dus geschikt voor boven de 40 km/u.

Het is belangrijk dat de maximumconstructiesnelheid in het kentekenbewijs overeenkomt met de werkelijke maximumconstructiesnelheid van het voertuig. Dit is namelijk verplicht. Snelle tractoren die als 40 km/u-tractor worden geregistreerd moeten daadwerkelijk begrensd zijn of worden.

Voor de maximumconstructiesnelheid is er een marge van 5 km/u. Wanneer je landbouwtrekker in de praktijk maximaal 45 km/u kan rijden, dan kun je deze nog steeds met een maximumconstructiesnelheid van 40 km/u registreren.

Uitgangspunt is dat de opgave van de maximumconstructiesnelheid van bestaande (land)bouwvoertuigen door de eigenaar leidend is. Wanneer je een 50 km/u-tractor hebt en je geeft als maximumconstructiesnelheid 40 km/u op, dan registreert de RDW 40 km/u. De RDW gaat er dan van uit dat de tractor ondertussen is begrensd.

Constructiesnelheid aanhangwagens
Alleen met geregistreerde aanhangwagens met een eigen gele kentekenplaat mag er harder dan 25 km/u worden gereden. Van bestaand getrokken materieel is vaak niet bekend voor welke maximumconstructiesnelheid de aanhangwagen is ontworpen.

Bij hogere snelheden zijn goede remmen op een aanhangwagen essentieel. Bestaande landbouwaanhangwagens en getrokken werktuigen met een lege massa van meer dan 3.500 kg moeten wettelijk verplicht goed werkende remmen hebben. Wanneer de aanhangwagen voldoet aan alle wettelijke voertuigeisen van de Regeling voertuigen is het voor de verkeersveiligheid verantwoord om de aanhangwagen te registreren en er harder dan 25 km/u mee te rijden.

APK- en tachograafplicht
De hoogte van constructiesnelheid die je opgeeft kan ook nog andere gevolgen hebben. Alle landbouwtrekkers met maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/u zijn namelijk APK-plichtig. Wanneer deze snelle tractoren worden ingezet voor niet-agrarische transportwerkzaamheden, wordt de tractor ook nog tachograafplichtig. Invullen van een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 40 km/u voorkomt dus APK- en tachograafplicht.

10. Voertuigomschrijving
Alleen voor MMBS’en moet een voertuigomschrijving worden ingevuld. Bij de registratie krijg je een lijst met verschillende soorten zelfrijdende werktuigen. Er kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een maaidorser, bietenrooier, graafmachine of wiellader. Zo komt er inzicht in de opbouw van het huidige park motorrijtuigen met beperkte snelheid. Deze informatie kan ook van pas komen bij het aanvragen van ontheffingen.

Kentekenbewijs

kentekenbewijs

Feitelijk doe je aan aanvraag voor registratie van een (land)bouwvoertuig, welke nog wordt beoordeeld door de RDW. Het is daarom mogelijk dat de RDW nog om aanvullende informatie vraagt. Nadat de registratie is geaccepteerd door de RDW worden de kentekenbewijzen (op creditcardformaat) naar je opgestuurd. Vervolgens kun je gele kentekenplaten laten maken bij de automaterialenhandel of mechanisatiebedrijven. De kosten van de kentekenplaat liggen rond de 12 euro.