Vijf jaar geleden gingen onderzoekers en adviseurs aan de slag met het programma Bemest op z’n Best. Het programma kwam er onder andere op initiatief van Hans Verkerk van Cumela en twee machinebouwers, Walter Veenhuis en Hans de Vree van Vredo. Zij constateerden dat de ontwikkelingen op het gebied van mesttechniek stil stonden en wilden daar een nieuwe stimulans aan geven. Daarvoor werden twee sporen gekozen. De eerste was het bevorderen van innovaties: machinebouwers en andere techneuten werden opgeroepen om met nieuwe technieken te komen om de ammoniakemissie bij het uitrijden van mest te verminderen. Het tweede spoor was het bevorderen van een optimaal gebruik van de aanwezige technieken.
De afgelopen jaren zijn diverse nieuwe technieken bedacht, ontwikkeld en in de praktijk getest. Zoals het direct sproeien van water tijdens het bemesten, het aanzuren van mest en het afdekken van de mest met bijvoorbeeld een kalksuspensie. In demonstraties zijn veel van deze technieken ook bekeken en getest, maar geen enkel idee heeft tot nu toe geleid tot een betere techniek. Toch blijven er nog steeds ideeën binnenkomen, dus de onderzoekers hopen zeker nog een vervolg te kunnen geven.
Wel is er één technische oplossing overgebleven die kansrijk lijkt en komend jaar op vier plaatsen getest gaat worden. Dat is het diepte-registratiesysteem dat Vredo samen met Wageningen University & Research heeft ontwikkeld. Het systeem bestaat uit een sensor op de schijf die het mestsleufje maakt. Deze meet de snijdiepte en kan zo berekenen hoeveel mest er in het sleufje kan en of dit overeenkomt met de ingestelde hoeveelheid mest per hectare. Blijkt het sleufje niet groot genoeg, dan krijgt de chauffeur een waarschuwing op het scherm en kan hij de hoeveelheid of de snijdiepte aanpassen. Het tweede onderdeel is een camera die het meststreepje volgt. Wordt dit te breed of spettert het te veel, dan volgt ook een waarschuwing en kan de chauffeur zijn instellingen aanpassen.
Dit systeem past perfect bij de tweede uitkomst van het programma, namelijk dat er in de praktijk nogal eens wat misgaat bij de afstelling van de apparatuur. Zonde, stelt Zwier van de Vegte van het programma, want hierdoor gaat kostbare stikstof verloren. “Slecht afgestelde machines leiden niet alleen tot veel hogere emissies, maar kosten de boer ook geld. Door verlies aan stikstof, wat met de huidige strakke bemestingsnormen zonde is, maar ook door bijvoorbeeld besmeuring van gras. Hierdoor wordt het voer minder smakelijk en produceren de koeien minder. Dat kan oplopen tot verliezen van honderden euro’s per hectare.”
Het eindadvies van Bemest op z’n Best was dus vooral een oproep aan boeren en loonwerkers om gezamenlijk meer aandacht aan het uitrijden te besteden. Voor loonwerkers betekent dit vaker afstappen om te kijken of de mest goed tussen het gras ligt en er niet bovenop. Daarnaast bij een sleufkouterbemester zorgen dat het sleufje diep genoeg is. Bij een zodemester vooral controleren dat het gras voor de uitstroomopening voldoende opzij wordt gedrukt en de mest niet op het gras komt. Voor veehouders is het advies om daar zelf ook op te letten en dit indien nodig ook met de chauffeur van de bemester te bespreken.
De organisatie van Bemest op z’n Best hoopt dat ze de komende jaren het programma nog door kunnen zetten, om niet alleen nieuwe technieken te testen, maar vooral om het beter werken verder te bevorderen. Voor loonwerkers een mooie uitdaging: zo netjes werken dat dit niet meer nodig is.