Om maar meteen met het belangrijkste te beginnen: de stikstofcrisis is geen eenvoudig probleem om op te lossen. In de kern is het zowel een natuurcrisis, een vergunningencrisis als een crisis rond het perspectief voor de agrarische sector.
Cumela ziet dat juist de stapeling van maatregelen het grootste risico vormt
Er zijn ingrijpende maar noodzakelijke stappen nodig om de kwaliteit van de natuur te verbeteren. Dat betekent enerzijds het beperken van negatieve invloeden van buitenaf, zoals een te hoge stikstofuitstoot. Nederland verliest te veel stikstof naar lucht, water en bodem. Dit vereist betere kringlopen, het verminderen van restverliezen en gerichte sturing op daadwerkelijke emissiedoelen. Als cumelasector zijn we hier dagelijk mee bezig en kunnen we hieraan een belangrijke bijdrage leveren.
Daarnaast moet ook de kwaliteit van de natuur zelf verbeteren. Die staat onder zware druk, niet alleen door stikstofdepositie, maar ook door verdroging, versnippering en achterstallig beheer. Alleen het reduceren van stikstofdepositie leidt niet automatisch tot natuurherstel. Dat blijkt ook uit het voorstel voor natuurherstel (zie: cumela.nl/Cumela-natuurplan).
Mede door gebrekkig natuurherstel en -onderhoud, in combinatie met het onvoldoende beperken van stikstofemissies, is een beleidsmatige en juridische impasse ontstaan. Hierdoor verloopt de vergunningverlening moeizaam en stapelen vertragingen zich op.
Mede door gebrekkig natuurherstel en -onderhoud is een impasse ontstaan
Belangrijke kamerbrief
De kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof’ schetst een koers waarin landbouw, natuurherstel en economische ontwikkeling weer tegelijk mogelijk moeten worden. Met dit voorstel probeert de overheid uit de stikstofcrisis te komen.
De belangrijkste vraag is: Gaat dit voorstel leiden tot herstel van natuur, het op gang brengen voldoende vergunningen en blijft er voldoende perspectief voor de agrarische sectoren?
Natuurherstel oppakken
De Kamerbrief sluit voor het onderdeel natuurherstel in belangrijke mate aan bij de koers die Cumela de afgelopen periode heeft ingezet. Waar de nadruk voorheen vooral lag op stikstofreductie, kiest het kabinet nu nadrukkelijk voor een integrale systeemaanpak. Daarbij wordt natuur-herstel gekoppeld aan hydrologisch herstel, bodemkwaliteit, waterkwaliteit, landschappelijke verbindingen en actief natuurbeheer. Hiermee wordt erkend dat duurzaam natuurherstel alleen mogelijk is door meerdere drukfactoren gelijktijdig aan te pakken.
Met dit voorstel probeert de overheid uit de stikstofcrisis te komen
Voor Cumela biedt deze ontwikkeling belangrijke kansen. Onze ondernemers beschikken bij uitstek over de machines, uitvoeringscapaciteit en praktijkkennis die nodig zijn om deze herstelmaatregelen daadwerkelijk in het veld te realiseren. Tegelijkertijd is het van belang dat de sector niet pas bij de uitvoering wordt betrokken, maar juist aan de voorkant van het proces. Door praktijkervaring al in de planvorming en beleidsontwikkeling in te brengen, kunnen maatregelen uitvoer-baar, kosteneffectief en ecologisch effectief worden vormgegeven. Daarmee levert Cumela niet alleen een bijdrage aan de uitvoering van natuurherstel, maar ook aan de kwaliteit, haalbaarheid en het uiteindelijke succes van het beleid.
Perspectief voor agrarisch loonwerk en meststoffendistributie
De voorgestelde maatregelen uit de Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’ hebben niet alleen grote gevolgen voor agrarische bedrijven, maar raken de gehele agrarische keten. Agrarische loonbedrijven, meststoffendistributeurs en andere cumela-ondernemers zijn een integraal onderdeel van de landbouw en verzorgen een groot deel van de praktische uitvoering.
Cumela onderschrijft dat een gebiedsgerichte aanpak rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in veel gevallen onvermijdelijk is. De huidige juridische situatie vraagt om aanvullende maatregelen. Tegelijkertijd is Cumela kritisch op de voorgestelde uitwerking. De generieke zonering van 500 en 1.000 meter is onvoldoende gebaseerd op de feitelijke gebiedssituatie en houdt te weinig rekening met de bijdrage van andere economische sectoren aan de stikstofbelasting.
Daarnaast ziet Cumela dat juist de stapeling van maatregelen het grootste risico vormt. De combinatie van bedrijfsspecifieke emissienormen, de invoering van grondgebondenheid, verdere aanscherping van het mest- en veldemissiebeleid en de zoneringsaanpak zet het verdienvermogen van agrarische bedrijven onder zware druk. Dit werkt direct door in de agrarische dienstverlening. Minder landbouwproductie leidt tot minder loonwerk, minder mesttransport, minder grond-bewerking en minder oogstwerkzaamheden.
Tegelijkertijd wordt juist méér gevraagd van dezelfde ondernemers op het gebied van precisiebemesting, emissiearme technieken, agrarisch natuurbeheer, hydrologisch herstel en bodemverbetering. De overheid verwacht daarmee een grotere uitvoeringsinspanning van de sector, maar verzwakt tegelijkertijd het economische fundament waarop die uitvoering rust. Juist deze samenhang ontbreekt in de Kamerbrief.
Ook de gevolgen voor de markt van organische meststoffen zijn onvoldoende uitgewerkt. De combinatie van het verlies van derogatie, extensivering, een kleinere veestapel en een beperktere mestplaatsingsruimte gaat de meststromen ingrijpend veranderen. Cumela mist een integrale visie op circulaire nutriëntenstromen. Mest moet niet uitsluitend worden benaderd als emissiebron, maar ook als waardevolle grondstof binnen een circulair landbouwsysteem.
Cumela roept het kabinet daarom op om de verdere uitwerking van het pakket niet alleen vanuit de primaire landbouw te benaderen, maar vanuit de gehele agrarische keten. Alleen wanneer uitvoerbaarheid, economische effecten en ecologische doelstellingen in samenhang worden afgewogen, ontstaat een aanpak die leidt tot natuurherstel én een toekomstbestendige land-bouwsector.
In veel gebieden zijn verdroging, hydrologie, bodemkwaliteiten beheer minstens zo bepalend als stikstofdepositie
Vergunningencrisis aanpakken
Cumela waardeert dat het kabinet de vergunningencrisis eindelijk als zelfstandig probleem erkent en een samenhangend pakket presenteert waarin natuurherstel, emissiereductie, gebiedsmaatregelen en een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens met elkaar worden verbonden. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet ten opzichte van de afgelopen jaren, waarin vrijwel uitsluitend werd gestuurd op afzonderlijke stikstofmaatregelen zonder duidelijk perspectief voor vergunningverlening. Dit is van groot belang voor zowel infra- en bouwprojecten als voor (agrarische) bedrijven, waaronder PAS-melders en interimmers.
Tegelijkertijd laat de uitvoeringsagenda zien dat veel cruciale onderdelen pas in de loop van 2027 en 2028 juridisch worden uitgewerkt of daadwerkelijk in werking treden. Dit betekent dat ondernemers die wachten op legalisatie, uitbreiding of verduurzaming nog geruime tijd in onzekerheid blijven. Voor deze groep is tijd inmiddels een bepalende factor geworden.
Cumela ziet daarnaast een belangrijke gemiste kans. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat veel natuurdoelanalyses onvolledig zijn of onvoldoende onderscheid maken tussen de verschillende oorzaken van natuurachteruitgang. In veel gebieden zijn verdroging, hydrologie, bodemkwaliteit en beheer minstens zo bepalend als stikstofdepositie. Een actualisatie van deze analyses had kunnen leiden tot een gerichtere inzet van maatregelen, een betere ecologische onderbouwing en een sterker juridisch fundament voor vergunningverlening. Tegelijkertijd is wachten op volledig nieuwe natuurdoelanalyses of een allesomvattende systeemherziening geen reële optie. Nederland heeft behoefte aan een aanpak die vergunningverlening weer op gang brengt en tegelijkertijd werkt aan duurzaam natuurherstel.
Daarom pleit Cumela voor een evenwichtige combinatie van maatregelen. Gerichte bronmaatregelen rond Natura 2000-gebieden kunnen noodzakelijk zijn, maar mogen niet leiden tot het economisch en maatschappelijk uithollen van complete regio’s wanneer met gebiedsgericht maatwerk hetzelfde natuurresultaat kan worden bereikt. Tegelijk moet maximaal worden ingezet op natuurherstel binnen de natuurgebieden zelf, door substantiële investeringen in hydrologisch herstel, bodemverbetering, systeemherstel en professioneel natuurbeheer. Juist deze combinatie vergroot de kans dat de aangekondigde rekenkundige ondergrens juridisch standhoudt en daadwerkelijk ruimte biedt voor vergunning-verlening.
Cumela ondersteunt daarom de invoering van een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens, maar benadrukt dat deze alleen succesvol kan zijn wanneer deze wordt gedragen door aantoonbaar natuurherstel, een robuuste ecologische onderbouwing en een gebiedsgerichte aanpak die uitvoerbaar is, maatschappelijk draagvlak heeft en niet onnodig ten koste gaat van het economisch functioneren van gebieden rond Natura 2000-gebieden.
Natuurplan raakt complete sector
Op 1 september 2026 moet Nederland als onderdeel van de Natuurherstelverordening (NHV) een Ontwerp-Natuurplan indienen. Dit is stap een naar een definitief Natuurplan, dat een jaar later moet worden ingediend bij de Europese Commissie.
Op 26 juni verscheen de Wetgevingsagenda samenhangende aanpak landbouw natuur stikstof, die vooral beschrijft wat er al aan natuur is, wie daarmee bezig zijn en wat stappen kunnen zijn om de natuur te verbeteren. Hieruit komt ook naar voren dat dit een belangrijke rol gaat spelen in het vaststellen van de Nota Ruimte. De focus ligt op de doelen voor 2030, met een grote rol voor Natura 2000-gebieden. De overheid geeft aan niet verder te gaan dan wat Europa van Nederland vraagt. Er komt geen nationaal kader.
De Nota Ruimte kent drie principes:
- Meervoudig ruimtegebruik: functies zoveel mogelijk combineren.
- Gebiedskenmerken centraal: maatwerk per regio.
- Zoveel mogelijk voorkomen van afwentelen: geen problemen doorschuiven naar andere regio’s of toekomstige generaties.
Het Ontwerp-Natuurplan geeft invulling aan de Europese Natuurherstelverordening en heeft grote gevolgen voor het landelijk gebied en dus ook voor cumelaondernemers. De kern: Nederland moet vóór 2030 aantoonbaar natuur herstellen en daarna verder verbeteren. Dit raakt direct de uitvoering van projecten in landbouw, infra, water en groen.
Voor het agrarisch gebied (artikel 11) ligt de focus op het herstel van de biodiversiteit, met indicatoren als boerenlandvogels, graslandvlinders en landschapselementen. Bestaande instrumenten (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en agrarisch natuurbeheer) blijven belangrijk, maar worden uitgebreid en verzwaard. Denk aan meer en zwaardere beheerpakketten, langjarige contracten en gebiedsgerichte aanpakken. Dit biedt kansen voor cumelabedrijven in aanleg en beheer van landschapselementen, waterbeheer en natuurinclusieve inrichting, maar vraagt ook aanpassing van werkwijzen.
Daarnaast komt er extra inzet op bestuivers (artikel 10), met nadruk op minder gewasbeschermingsmiddelen, ecologisch beheer en inrichting van bijenlandschappen. Dit betekent meer vraag naar aangepast bermbeheer, extensiever onderhoud en biodiversiteitsmaatregelen. Ook water- en rivierprojecten (artikel 9) worden belangrijker: het verwijderen van barrières en het herstellen van natuurlijke overstromingsgebieden wordt verder opgepakt via bestaande programma’s, zoals de Kaderrichtlijn Water.
Wat wil Cumela?
Met de stikstofbrief zet het kabinet een volgende stap in de aanpak van het stikstofvraagstuk. Cumela ziet dat het kabinet probeert natuurherstel, vergunningverlening en perspectief voor de agrarische sector in samenhang te benaderen. Ook VNO-NCW wijst op dit belang van het agrarisch perspectief, en dat is terecht. Alleen met een integrale aanpak komt Nederland daadwerkelijk van het stikstofslot af. Niettemin zien we ook dat impact op de agrarische sector en het agrarisch loonwerk groot is.
Tegelijkertijd stelt Cumela Nederland vast dat de voorstellen van het kabinet nog veel vragen oproepen. De belangrijkste vraag is of deze aanpak daadwerkelijk leidt tot juridisch houdbare vergunningverlening.
Ondernemers staan met lege handen als het beleid op papier ruimte biedt, maar in de praktijk opnieuw onzekerheid oplevert of bij de rechter geen stand houdt.
Cumela roept het kabinet op om snel duidelijkheid te geven over de praktische consequenties voor ondernemers en ketens. Daarbij moet ook het totaaleffect van alle aangekondigde maatregelen in beeld komen. Een oplossing voor het stikstofvraagstuk vraagt om beleid dat in de praktijk werkt. De lessen uit Gelderland laten zien hoe belangrijk dat is. Wij blijven daarom constructief meedenken, maar beoordelen de aanpak uiteindelijk op resultaat: juridisch houdbare vergunningverlening, aantoonbaar natuurherstel én perspectief voor ondernemers.
Meldpunt
Om snel een zo goed mogelijk beeld van de positieve en negatieve punten, vragen en zorgen binnen onze vereniging te hebben, opende Cumela op 26 juni een meldpunt: [email protected]. Wij roepen leden op daar gebruik van te maken. Uiteraard houden ook de regionale belangenbehartigers de vinger aan de pols.
Aandacht voor onze sector
Op woensdag 1 juli debatteerde de Tweede Kamer over de nieuwe stikstofplannen van het kabinet. Dankzij onze lobby was daarin ook aandacht voor de loonbedrijven in de bijdrage van VVD-parlementariër Renate den Hollander. Cumela volgt dit dossier nauwlettend en houdt je de komende tijd uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen en uitwerking van deze plannen.