Wat opvalt aan de nieuwe bemester is de eenvoud van het ontwerp. De machine is gebouwd op een frame dat aan een tank zonder hefinrichting kan worden bevestigd. Voor het opklappen wordt de trekkerhydrauliek gebruikt. Aan het einde van het perceel klapt de bemester omhoog, terwijl bij transport de uiteinden rechtop worden geheven.
De bemester is vooral ontwikkeld met het oog op de nieuwe Belgische wetgeving, waarbij mest vanaf 1 januari 2028 met een zode- of sleufkouterbemester moet worden uitgereden. Dezwaef noemt de Pegasus een sleufkouterbemester, maar in Nederland valt deze techniek onder de sleepvoetbemesters. Dit betekent dat de mest in strookjes op de bodem wordt afgelegd en maximaal de helft van het oppervlak mag bedekken. Ook mag er slechts beperkte bladvervuiling zichtbaar zijn.
De Pegasus-bemester beschikt over sleepvoeten die het gras opzij drukken. Daarachter bevindt zich een uitloop met een diameter van 40 mm. De elementen staan op 20 cm afstand van elkaar. De snijverdeler is laag boven de sleepvoeten gemonteerd en klapt mee omhoog bij het uitheffen, waardoor knikken van de aanvoerslangen wordt voorkomen.
De bemester is leverbaar in werkbreedtes van 7,5, 9 en 10,5 meter. De vraag is echter of deze techniek aansluit bij de Nederlandse praktijk, waar de nadruk steeds meer ligt op maximale emissiereductie en een zo efficiënt mogelijke benutting van stikstof uit mest.