Het verhaal in 1 minuut
De regels voor driftreductie bij gewasbescherming worden steeds strenger. Vanaf 2027 wordt DRT-95 in veel gevallen de norm. Daardoor staan veel cumelabedrijven voor een lastige keuze: de huidige spuit aanpassen of investeren in een nieuwe.
Vooral in akkerbouw en tuinbouw zijn loonwerkers al vaak overgestapt op driftreducerende technieken, omdat zij meer hectares spuiten en de investering beter kunnen terugverdienen. In gras en maïs is die druk nog minder groot, maar ook daar komt verandering aan.
De kosten zijn fors: upgraden kost al snel €600 tot €1000 per meter spuitboom, terwijl een nieuwe spuit richting €170.000 of meer gaat. Tegelijk is het lastig om deze kosten door te berekenen aan klanten.
Veel ondernemers kiezen daarom voorlopig voor een tussenoplossing, zoals beperkte upgrades of afwachten hoe regels en middelen zich ontwikkelen. De algemene verwachting: DRT-95 wordt binnen enkele jaren voor vrijwel iedereen onvermijdelijk.
Het echte verhaal
Bij elke renewal of nieuwe toelating van een gewasbeschermingsmiddel komen er strengere eisen voor driftreductie. Als gevolg daarvan staat er bij een steeds grotere groep middelen minimaal 95 procent driftreductie op het etiket. Zo kan het dat voor uien dit seizoen de machines zonder driftreducerende technieken afvallen. Dat betekent geen Wingssprayer, MagGrow, verlaagde spuitboom met 25-centimeter-doppen, Hardi Twin Force of luchtzak.
Een spuit met minimaal DRT-95 wordt binnen nu en enkele jaren noodzaak, afhankelijk van het gewas
Wat betekent dit voor jouw werk?
Voor zo lang het duurt kan in maïs en gras kan nog wel veel. Toch is de trend helder: een spuit met minimaal DRT-95 wordt binnen nu en enkele jaren noodzaak, afhankelijk van het gewas. Daar hangt een prijskaartje aan. Zo kost het upgraden van een spuit al snel tussen de € 600,- tot € 1000,- per meter spuitboombreedte. Een nieuwe getrokken spuit met DTR-techniek gaat al snel richting de € 170.000,- bruto en een zelfrijder kost enkele tonnen.
Grondig vroeg zich af hoe loonwerkers zich hierop voorbereiden en ging in gesprek met een aantal van hen. Wat blijkt? Loonwerkers die spuiten in akkerbouw- en/of tuinbouwgewassen hebben hun spuiten vaak al voorzien van driftreductietechnieken.
Voor hen is het gemakkelijker om de meerkosten van de techniek te dragen, omdat de spuit veel meer hectares maakt doordat die gewassen meerdere bespuitingen vergen. Loonwerkers die hoofdzakelijk maïs en gras spuiten, staan voor een dilemma: upgraden van de huidige spuit of inruilen voor een nieuwe met bijbehorende technieken. In beide gevallen gaat het om een investering die lastig is door te berekenen aan klanten.
Hoe gaan je collega's hiermee om?
Loonbedrijf Verhoeven uit het Brabantse Erp spuit met drie Agrifacs die zijn voorzien van AirFlow. Deze techniek is 97,5 procent (in het oorspronkelijk artikel stond 95 procent, maar dat moet dus 97,5 procent zijn) driftreducerend. Verhoeven spuit in loonwerk diverse akkerbouwgewassen, waaronder aardappelen, uien en bieten.
“Om deze gewassen tijdig en adequaat met de juiste middelen te kunnen spuiten, is een up-to-date spuit noodzaak”, zegt eigenaar Marcel Verhoeven. De investering is enigszins renderend te maken doordat de zelfrijders veel hectares maken. Een groot aantal gewassen moet namelijk tien tot vijftien keer per seizoen worden gespoten.
Wat betekent dit voor de prijs?
Het doorberekenen van de investeringen aan klanten blijkt lastig. Verhoeven ervaart dat veel klanten alleen kijken naar de kosten van een bespuiting en niet wat het oplevert. Zo investeerde het bedrijf in een Ecorobotix-spotsprayer die plaatsspecifiek onkruiden kan bestrijden.
Het tarief voor de Ecorobotix ligt per hectare viermaal hoger dan dat van een traditionele volvelds bespuiting. Daar staat tegenover dat het gewas veel minder last heeft van groeiremming. Ook bespaart het wezenlijk middel. Toch vinden veel klanten het tarief te hoog.
Tekst gaat onder de foto verder
Upgraden het goedkoopst?
Loonbedrijf Buma in het Friese It Heidenskip spuit vooral gras- en maïsland. Hiervoor gebruikt het bedrijf een zelfrijdende Agrifac met een tank van 4000 liter en een boombreedte van 45 meter. De spuit is 90 procent driftarm. Mede-eigenaar Tjeerd Buma oriënteert zich nog op welke driftreductietechniek voor het bedrijf de beste keuze is.
Hij neigt naar upgraden van zijn spuit met een verlaagde spuitboom met een dopafstand van 25 centimeter en boomhoogtesensoren. Dit lijkt de goedkoopste oplossing, maar de definitieve keuze moet nog worden gemaakt. “Volgens de teeltadviseur zijn in gras en maïs nog voldoende middelen beschikbaar voor 90-procent-doppen. Wij hoeven dus niet op stel en sprong de spuit aan te passen. Het kan zijn dat we bij bepaalde middelen een grotere spuitvrije zone moeten aanhouden.”
Toolbox water: bufferstroken, drukregistratie en meer
Weet jij hoe het zit? Cumela is samen met andere partijen betrokken bij deze toolboxen. Gebruik deze handige en overzichtelijke hand-outs.
Buma vindt het in principe een goede zaak dat de emissie naar het oppervlaktewater wordt beperkt, maar erkent dat het lastig is de investering terug te verdienen. “Je krijgt er namelijk niet meer werk door. Het loonwerktarief zal wel omhoog moeten.”
Vooralsnog houdt de loonwerker het bij de noodzakelijke update van de spuit. “Afgelopen jaar vroegen we om een offerte voor het upgraden van de spuit naar plaatsspecifiek spuiten. Daar kwam een bedrag uit van circa € 3500,- per meter spuitbreedte.”
Buma vindt het in principe een goede zaak dat de emissie naar het oppervlaktewater wordt beperkt
Het helpt dat veehouders met plaatsspecifieke bestrijding punten kunnen verdienen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). “Maar wat gaat de wet- en regelgeving in de toekomst doen? Wat als de overheid stopt met de subsidie? Gaan de veehouders dan door met plaatsspecifiek bestrijden of stappen ze weer over op volvelds spuiten?”, vraagt Buma zich af.
Hij maakt een vergelijking met luzerne. “Toen binnen het GLB luzerne een beloning opleverde van bijna € 2000,- per hectare steeg het areaal luzerne flink. Nu de subsidie flink lager is, stoppen de meesten er weer mee. Reden voor ons om de upgrade naar plaatsspecifiek spuiten nog maar even te laten voor wat die is.”
Al voorgesorteerd op nieuwe regels
Eigenaar Martin Jansen van loonbedrijf Jansen Heeten in het Overijsselse Heeten ruilde vorig jaar al zijn Challenger-zelfrijder in. Daar kwam een jonge gebruikte Amazone-zelfrijder met een verlaagde spuitboom en een dopafstand van 25 centimeter voor terug. “We liepen er tegenaan dat de gewasbeschermingsadviseur soms middelen adviseerde die we met onze eigen spuit niet meer mochten spuiten”, aldus Jansen.
Hij was eerst van plan om de Challenger te updaten, maar om die toekomstbestendig te krijgen, moesten ook de spuitbomen worden vervangen. Dat alleen al vergde een investering van € 80.000,-. Inruil bleek dus verstandiger.
Eigenaar Johan Vogt van loonbedrijf Geurs uit het Overijsselse Hengevelde koos wel voor upgraden en voorzag zijn Amazone-spuit met een spuitboombreedte van 27 meter van extra 95 procent driftreducerende doppen. Zo kon hij bijvoorbeeld het bodemherbicide Stomp blijven spuiten.
Binnenkort wordt de bij deze doppen verplichte druklogger in de spuitcomputer geactiveerd. De 95 procent driftreducerende doppen geven erg grove druppels, maar volstaan voor bodemherbiciden. Vogt noemt de montage van de doppen voor dit moment de kortste klap om aan de regels te kunnen voldoen. De spuit zo kort voor het spuitseizoen voorzien van een DRT-techniek is vanwege de lange levertijden namelijk niet mogelijk. Na het seizoen gaat Vogt kijken of de doppen volstaan of dat hij toch gaat uitkijken naar een DRT-techniek.
Nog geen keus gemaakt
Eigenaar Guus Wesselink van loonbedrijf Wesselink in het Twentse Manderveen maakte nog geen keuze. Het loonbedrijf spuit hoofdzakelijk maïs en gras met een getrokken Kverneland-spuit van 24 meter en een gedragen Kverneland-spuit van achttien meter.
De meeste middelen in maïs en gras mag hij komend jaar nog met 90-procent-doppen spuiten. Het betekent dat er nog tijd is om op een later moment te bepalen welke DRT-techniek het beste past. Upgraden of de oude machines inruilen voor nieuwe is best een dilemma, stelt Wesselink. Beide spuiten zijn namelijk nog niet zo heel oud. Überhaupt zal het lastig zijn om de extra investeringen geheel door te berekenen aan klanten.
Download het complete verhaal hier
-
Downloads file Driftreducerende maatregelen doorzetten - DRT 95.PDF
Driftreducerende maatregelen doorzetten - DRT 95.PDF
Eerder verschenen in Grondig
Grondig is het ledenmagazine van Cumela, waarin we ingaan op wat speelt in de praktijk. Praktische verhalen, aangevuld met een gezonde dosis techniek en nuttige tips. Ontvang jij hem al?