Download het interview hier
-
Downloads file Interview Dirkjan Reijersen van Buuren, Grondbalans BV
Interview Dirkjan Reijersen van Buuren, Grondbalans BV
In tien vragen en antwoorden neemt Reijersen van Buuren ons mee in dit onderwerp. Eerder was het al te lezen in Grondig 2 van 2026.
Hoe komt het dat Grondbalans BV zoveel weet van grondstromen?
“Ons bedrijf houdt zich al bijna dertig jaar bezig met het hergebruiken van grond en baggerspecie. Dat gebeurt vanuit de gedachte dat we de wereld een stukje mooier willen maken voor de mens en zijn omgeving. Grond is bij uitstek een product dat je kunt hergebruiken. Wij brengen daarom dagelijks met een team van 35 mensen vraag en aanbod bij elkaar. Dat gebeurt door heel Nederland, verdeeld over zeven ‘grondregio’s’. Die regio’s ontstonden heel natuurlijk.”
Wat is belangrijk om dit werk te kunnen doen?
“Je moet kennis hebben van grond en baggerspecie en de wet- en regelgeving daaromheen. Lokale marktkennis is voor onze mensen een van de vereisten. Ze moeten weten welke projecten er zijn en welke aannemers er werkzaam zijn. Elke regiomanager woont daarom in zijn regio. Die regio’s zijn daar qua omvang op aangepast om het werk behapbaar te houden. Toen ik begon bij Grondbalans BV had ik bijvoorbeeld heel het midden van het land als regio, maar dat was te groot. Nu is dat opgeknipt in drie regio’s: West, Zuidwest en Middenoost.”
Lukt het een beetje om grond te hergebruiken?
“Gelukkig lukt het elke dag nog om grond te hergebruiken, maar toch zien wij dat het op een aantal aspecten beter kan. De landelijke doelstelling is materialen hergebruiken en kostbare grondstoffen sparen. Dat kan alleen als we grond en baggerspecie die we regionaal vrij krijgen ook regionaal kunnen hergebruiken voordat we kostbare grond-stoffen gaan gebruiken. Voor de klasse wonen en industrie gaat dit steeds vaker mis, doordat de wetgeving niet aansluit op de behoefte die er is. Hierdoor wordt deze beschikbare grond de regio uit gereden en worden er kostbare grondstoffen gebruikt, wat haaks staat op de doelstellingen.”
Schreef je daarom een soort brandbrief?
“’Als het op papier maar klopt’ was mijn noodkreet, waarmee ik bedoelde dat wat op papier klopt in werkelijkheid anders kan zijn. Ik sta er nog steeds achter en kreeg erg veel reacties vanuit de sector. Veel ondernemers lopen hier tegenaan. Ontleed je het probleem, dan kost het de maatschappij serieus geld en werkt het duurzaamheid tegen.”
Hoezo kost dit de maatschappij geld?
“In het bedrijfsleven is het heel normaal dat je regelmatig evalueert of wat we doen nog van toegevoegde waarde is en of dit niet efficiënter kan. Dit zouden beleidsmakers ook kunnen doen met wetgeving. Bij het hergebruiken van grond doen we veel puur omdat de regelgeving dit voorschrijft. Of omdat een regelgeving eens een uitleg kreeg en we het altijd zo zijn blijven doen, zonder dat dit klopt bij de regel. Sterker nog, zoals ik ook in het artikel ‘Als het op papier maar klopt’ omschreef, gaat het regelmatig ook zijn doel voorbij. Hierdoor wordt maatschappelijk geld niet goed besteed.”
Wat bedoel je daarmee?
“Een mooi voorbeeld van hoe regelgeving niet meer op de praktijk aansluit, is het toepassen van grond van de klasse industrie (hoe dit precies zit legt Gerben Zijlstra uit op cumela.nl/graafmelding) op een industrieterrein. In Nederland zijn de afgelopen jaren veel industrieterreinen aangelegd, waar veel vraag naar grond (zand) was. Wil je kostbare grondstoffen sparen, dan is het noodzakelijk dat je grond die in de regio beschikbaar is eerst gebruikt. Dit is vaak klasse industrie. Gek genoeg mag je die wel onder de openbare weg gebruiken en in een geluidswal op het industrieterrein, maar niet onder het gebouw of de bestrating daaromheen. Dit is niet uit te leggen en past ook niet als je naar de oorspronkelijke bedoeling van deze regelgeving kijkt. Alleen door de manier waarop we deze regelgeving hebben ingekleurd, is dit niet mogelijk. Wat het nog vreemder maakt, is dat we onder dat gebouw en de omliggende bestrating wel immobilisaat mogen toepassen, omdat dit een bouwstof is die wettelijk wel past. Dit is vaak sterk verontreinigde grond of staalslakken gemengd met een bindmiddel. Hier is veel weerstand tegen, maar wettelijk mag het.”
Heb je nog een voorbeeld?
“Een ander voorbeeld is asbestonderzoek. Rond 2018 is bepaald dat als er puin in de grond zit deze asbestverdacht is en er ook een asbestonderzoek noodzakelijk is. De keuringskosten zijn hierdoor verdubbeld, evenals de inspanning van de veldwerkers. Als we hiermee voorkomen dat er grond met asbest wordt toegepast, dan zou dit het waard zijn, maar bij grond bestemd voor hergebruik is er geen toename van grond met asbest. Nu, in 2026, wordt er nog steeds op deze manier gekeurd. Er is een tekort aan veldwerkers en budgetten, wordt het dan geen tijd om te evalueren of deze manier van onderzoek correct is?”
Wat is jouw oplossing voor wat er nu speelt?
“Ik heb beleidsmakers, het bevoegd gezag en de markt opgeroepen om in gesprek te gaan. Alleen door samen te kijken naar hoe beleid in het veld werkt, kunnen we bouwen aan wetgeving die uitvoerbaar is, duurzaam hergebruik stimuleert en onze bodem beschermt voor toekomstige generaties. Dat is helaas nog niet gebeurd. Ik neem ze graag mee de praktijk in en ben ervan overtuigd dat als we zien waar het nu werkelijk knelt, we ook tot een werkbare oplossing komen.”
Welke rol spelen bouwstoffen?
“Er is veel te doen over bouwstoffen, omdat er een aantal projecten in Nederland zijn waar bouwstoffen verkeerd zijn toegepast. Dit kunnen staalslakken, gereinigd asfaltgranulaat, AEC-bodemas of immobilisaten zijn. Bouwstof is geen grond en toch zie je dat de negatieve publicatie ook zijn uitwerking heeft op grondtoepassingen. Dit wordt onterecht op één hoop geveegd, wat opdrachtgevers terughoudend maakt. Zo maken wij mee dat opdrachtgevers op basis van berichten in de media geen grond van klasse industrie meer willen toepassen, omdat ze bang zijn dat ze dan staalslakken krijgen. Dit is onterecht. In Nederland is de bovengrond door invloed van bovenaf en menselijk handelen vaak klasse wonen of industrie, ook veel van onze tuinen. Als we circulair willen werken en kostbare grondstoffen willen sparen, zullen we de grondstromen die in elke regio in Nederland vrijkomen ook in de nabije omgeving moeten kunnen hergebruiken.”
Is duurzaam, circulair werken en innoveren nog mogelijk?
“Het kan nog steeds, maar het kost veel tijd en energie en we ervaren tegenwerking en terughoudendheid. Gezien de landelijke opgave horen we juist hetzelfde doel te hebben. Ik hoor vaak dat er geen geld is en er een tekort aan mensen is. Persoonlijk denk ik dat er geld en mensen genoeg zijn, maar dat we alleen beter moeten afwegen waar we ons geld aan besteden en onze tijd voor inzetten, dat we weer een afweging maken tussen kosten en baten. Er wordt nu zo gemakkelijk over geld en tijd van een ander beslist door het opleggen van eisen, regels en onderzoek zonder een afweging of dit voor de desbetreffende situatie wel van toegevoegde waarde is. Door weer meer met elkaar in verbinding te staan en te zoeken naar wat echt toevoegt, ontstaat er veel ruimte voor verbetering. Een mooie uitdaging voor het kabinet-Jetten.”
Wie is Dirkjan Reijersen van Buuren?
Dirkjan Reijersen van Buuren is sinds 2019 directeur van Grondbalans BV. De praktijk kent hij vanuit zijn werk bij Loon- en Verhuurbedrijf Reijersen van Buuren VOF. Daar werkte hij tot 2003. Sinds 2004 werkt hij voor Grondbalans BV, eerst als projectcoördinator voor grondstromen binnen GWW-projecten, later als directeur. Hij heeft een heldere visie over het gebruik van grond en de rol van grond in circulair werken.
Grondbalans BV houdt zich sinds 1997 bezig met herbestemmen van grond en baggerspecie. Om dit te kunnen doen, beschikt het bedrijf over een groot netwerk van klanten, partners en overzicht op vraag en aanbod van grond en baggerspecie. Daarnaast heeft het een netwerk van grondbanken verspreid over Nederland. Grondbalans BV werkt met 35 werknemers, verspreid over vier regiokantoren, in De Meern, Heerhugowaard, Eindhoven en Steenwijk.