Dat betekent dat “inbedding” geen criterium meer is bij de beoogde beoordeling. Jammer is wel dat de wet gefaseerd ingevoerd gaat worden. Er wordt gestart met een rechtsvermoeden voor laag betaalde zelfstandigen. Dit houdt in dat bij een laag tarief er een rechtsvermoeden is dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zowel de opdrachtgever als de zelfstandige kunnen dit rechtsvermoeden weerleggen. Ook het sectorale rechtsvermoeden wordt spoedig ingevoerd. Dat betekent dat er sectoren kunnen worden aangewezen waar zelfstandigen niet kunnen werken als zelfstandige. De toetsingscommissie waar vooraf een oordeel kan worden gevraagd over een casus wordt ook zo snel mogelijk ingesteld. Op zich een logische volgorde.
Natuurlijk zijn wij content met het vervallen van de inbedding. De voorstellen zullen we goed bekijken op uitvoerbaarheid. Met name zullen we ons eerst richten op het sectoraal rechtsvermoeden. Ander aandachtspunt is natuurlijk dat voor alle voorstellen geldt. Het is een voorstel van een minderheidskabinet waar aanpassingen op kunnen worden gedaan om het voorstel door de kamer te krijgen. De denkrichting past in ieder geval wel bij ons.
Wat ons natuurlijk ook bezighoudt is de vraag wat gaat de Belastingdienst in de tussentijd doen? Zij kunnen niet anders dan controleren op de huidige wetgeving/jurisprudentie. Maar hoe dit werkt als je weet dat er wetgeving aankomt die andere criteria kent? Ook dat heeft onze aandacht.
In ieder geval is het goed om te weten dat de Belastingdienst de helft van haar controle capaciteit dit jaar inzet op de uitzendsector. Wees op je hoede als je een zelfstandige via een uitzendbureau krijgt aangeboden. Dit kan alleen als het uitzendbureau niet anders doet dan bemiddelen.