vaste mest

Geen goed woord over voor mestplan Schouten

Datum: 11 september 2020
Laatst bijgewerkt: 15 september 2020
Door: Herma van den Pol
Kostprijsverhogingen voorkomen, ruimte houden voor kringlopen en geen verplichte verwerking tot hoogwaardige producten. Het zijn zomaar een aantal reacties op de mestplannen die landbouwminister Carola Schouten dinsdag presenteerde. De rode draad is vooral dat er niet geluisterd is naar de sector.

Vlak na de bekendmaking van de plannen voor het nieuwe mestbeleid blijkt al snel dat het hard zoeken is naar een partij in de agrarische sector die zich erin kan vinden. Uiteindelijk blijkt alleen het melkveehouderscollectief Netwerk Grondig lovend te zijn. Bij de andere partijen varieert de stemming van geïrriteerd tot zelfs heel boos. 

Samenwerking?
Vooral Cumela en de POV zijn niet blij en uiten grote zorgen. Daar komt nog eens bij dat beide organisaties al in een traject zitten met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en dat lijkt bij het schrijven van de plannen voor het nieuwe mestbeleid vergeten te zijn. 

Hans Verkerk, beleidsmedewerker bij Cumela, zegt dat er al jaren gewerkt wordt aan Keurmest, wat recent door dezelfde minister nog geroemd werd. "Een systeem om de hele mestketen transparanter te maken en vooral om te zorgen dat de afnemers precies dat product krijgen wat ze willen. Niets staat erover in de visie en nog veel erger, het hele systeem is over vijf jaar waardeloos als dit doorgaat. Hetzelfde geldt voor het rVDM. Nutteloos als mest alleen nog naar de verwerker mag. Ik vraag me nu serieus af hoeveel zin het nog heeft om daar energie en vooral heel veel sectorgeld in te steken. Want wij kunnen van geen ondernemer vragen om daarin te investeren als nu al vaststaat dat het over vijf jaar waardeloos is."

Daar bovenop komen de zorgen over het voorbestaan van mestdistributeurs. Hoewel Johan Mostert, voorzitter van de sectie meststoffendistributie bij Cumela, hier minder zorgen over heeft. Omdat "de mest toch van A naar B moeten worden getransporteerd."  Maar tegelijkertijd zegt hij "dat het vanuit de belangenbehartiging hard lobbyen wordt om het plan om te turnen tot een werkbaar beleid. Daar is hopelijk ook ruimte toe, gezien dit natuurlijk pas de contouren van het plan zijn." 

Het POV is ook niet blij. "We zijn teleurgesteld dat het ministerie voorbij gaat aan alle investeringen die zijn en worden gedaan voor het Actieprogramma Vitalisering Varkenshouderij, een programma waaraan het ministerie zelf haar medewerking geeft en waarbij het behalen van milieuwinst een belangrijk doel is. Het programma wordt momenteel uitgerold in de praktijk, maar kennelijk is ‘Den Haag’ dat al weer vergeten, of het ministerie vindt dat het alwéér anders moet. Het telkenmale wijzigen van regels zorgt voor onwerkbare praktijksituatie, varkenshouders kunnen daar niet op investeren."

Kritisch over mestverwerking
Beide zijn ook heel kritisch over de mestverwerking. Iets wat een duur eindproduct oplevert. "Ten opzichte van de prijs van vergelijkbare kunstmest is deze dubbel zo hoog", aldus Verkerk. Maar waar voor ondernemers die verplicht mest af moeten zetten ook een hoog prijskaartje aan hangt. Dat komt mede omdat de realisatie van mestverwerking een langdurig en kostbaar proces is waarbij het rendement lang niet altijd voldoende is.  "De kostprijs voor verwerking blijft te hoog", aldus de POV die weinig vertrouwen heeft in de uitspraak van Schouten dat de politiek hier misschien in gaat helpen. 

De Rabobank vult aan: “Voor de haalbaarheid van dit mestbeleid is het van belang dat nutriënten tot waarde worden gebracht, waardoor er geen kostprijsverhoging ontstaat voor niet-grondgebonden bedrijven." De bank vindt het echter wel positief dat er ingezet wordt op een constante stroom aan mest, omdat dit de verwerking ten goede komt. 

Wederom niet geluisterd
Landbouwminister Schouten maakte bij het samenstellen van de mestplannen geen gebruik van de hulp van Cumela en POV, maar ook van de inbreng van de grootste boerenbelangenbehartiger LTO Nederland maakte ze geen gebruik. "Net als bij veel andere oplossingen die we als sector hebben aangedragen; er is wederom niet geluisterd,” aldus Claude van Dongen, portefeuillehouder Bodem en Water bij LTO Nederland.  

In de plannen mist LTO Nederland: erkenning voor de diversiteit in de sector, het aspect bodembeheer en concreetheid over het verminderen van ge- en verboden. Het enige waar LTO zich over uitspreekt echt op tegen te zijn is de maatregel om in sommige gevallen de afzet van mest op eigen grond niet meer toe te staan. 

Aan het eind van de dag is de rode draad in de reacties vanuit de sector: er is niet geluisterd. Het gevolg is dat de contouren die nu geschetst zijn nog niet direct het draagvlak krijgen wat nodig is om er een succes van te maken. Nu is het wachten op de volgende stappen die het ministerie van LNV gaat zetten.