Afvoer dierlijke mest van sloopboerderijen

9 januari 2019
Het komt voor dat de eigenaar van een beëindigd landbouwbedrijf (bijvoorbeeld een gemeente of projectontwikkelaar) de stallen wil slopen, maar er achter komt dat er nog (een kleine hoeveelheid) dierlijke mest aanwezig is op de locatie. Vaak gaat het hierbij om restanten van mest van de vorige eigenaar ( landbouwbedrijf) wat nog achter is gebleven in de put.

De opslagen onder de stal worden vaak zuigleeg opgeleverd, waardoor er nog een klein beetje mest in de kelder zit. Vervolgens kan het voorkomen dat bij dat restant mest nog (regen- of grond)water inloopt.

Op het moment dat men de stallen met kelders dan wil gaan slopen loopt de nieuwe eigenaar tegen het probleem aan dat men de mest niet verantwoord af kan voeren, omdat de nieuwe eigenaar geen landbouwbedrijf is en dus geen relatienummer heeft. Hierdoor kan hij geen VDM indienen. Het gaat echter wel om dierlijke mest en de mest moet dus op basis van wegen, bemonsteren, analyseren en met AGR/GPS door een geregistreerd intermediair afgevoerd worden.

Daarom mag de nieuwe eigenaar, als hij geen relatienummer of KvK-nummer heeft, in deze uitzonderlijke gevallen gebruik maken van opmerkingscode 35 (afvoer van klein bedrijf). Door gebruik te maken van deze opmerkingscode kan het VDM ingediend worden zonder relatienummer van de leverancier.

Deze regeling is net iets anders dan in het verleden door CUMELA met RVO en NVWA was afgesproken (zie Handleiding Mestwetgeving 2015, paragraaf 6.11). Nieuw is dat er nu altijd gewogen, bemonsterd, geanalyseerd en door een geregistreerd intermediair met AGR/GPS vervoerd moet worden.

Auteur: Hans Verkerk