Minister wil niet dat onderaannemers rechtstreeks betaald worden door opdrachtgevers

22 januari 2016
Soms denk je lees ik dit nu echt goed? Hoofdaannemers zouden bij rechtstreekse betalingen anders mogelijk minder financieel krediet kunnen krijgen. Minister Kamp van Economische Zaken heeft op 19 januari 2016 verschillende Kamervragen beantwoord over de Wijziging van de Aanbestedingswet. De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd of de regering bereid is om in specifieke gevallen rechtstreekse betaling aan onderaannemers mogelijk te maken. De minister antwoordt daarop dat in de toelichting op de wet (de memorie van toelichting) de regering heeft aangegeven dat zij het niet wenselijk acht om rechtstreekse betaling aan onderaannemers mogelijk te maken. Dit zou namelijk niet zou passen binnen het Nederlandse contractenrecht. Juristen bestrijden dit overigens.

Maar de minister noemt een tweede argument. Ik citeer: “Voorst heeft zij aangegeven dat het voor hoofdaannemers lastiger wordt om bij de bank hun financiering rond te krijgen indien een deel van de inkomsten door de uitvoering van de opdracht buiten de hoofdaannemer om gaat. Financiers zullen daar rekening mee houden en minder bereid zijn om kredieten te verstrekken”.

Wat hier staat is dat de hoofdaannemer minder makkelijk krediet kan krijgen als hij niet langer het geld voor de  onderaannemer achter kan houden, ondanks dat die laatste daar wel recht op heeft. Kunt u mijn verbazing begrijpen? De minister weet van de problemen die onderaannemers ondervinden in hun betalingen. In 2015 bleek dit nog eens uit de nog niet eerder gepubliceerde cijfers van EIM-Panteia. In de afgelopen jaren zijn duizenden MKB-bedrijven in de problemen gekomen door (te) late betalingen. Zij moesten de grootbedrijven voorfinancieren met dure leningen (als ze die al van de banken kregen). Daardoor zijn veel bedrijven in ernstige problemen gekomen, soms zelfs met een faillissement tot gevolg. Het is moreel niet  te verdedigen dat een hoofdaannemer zijn onderaannemers opzadelt met zijn eigen problemen of bewust genomen risico’s. Vooral niet omdat onderaannemers bijna altijd in een afhankelijke positie verkeren.

De minister merkt nog wel op dat “in de memorie van toelichting kunnen partijen, indien gewenst, wel onderling bepalen dat rechtstreekse betaling mogelijk is”.

Tja dat helpt…..

Auteur: Jan van der Leij