Medewerker ontslagen door alcoholgebruik

28 januari 2014
Alcoholgebruik en werk zijn een slechte combinatie. Zo kan er na een avond met veel drank de volgende ochtend nog alcohol in je bloed zitten, zodat je niet nuchter bent tijdens werktijd. In 2011 is een medewerker op staande voet ontslagen omdat deze onder invloed was van alcohol.

Het is niet (altijd) eenvoudig om te bewijzen dat een medewerker tijdens werktijd onder invloed is van alcohol. Toch zal de werkgever bewijs moeten verzamelen alvorens hij maatregelen jegens de medewerker kan treffen. Daarvoor is echter niet altijd nodig dat de medewerker wordt onderworpen aan een bloedproef.

De feiten
Deze medewerker was werkzaam voor een cumelabedrijf met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd.
In het arbeidsreglement (de huisregels) van de werkgever was onder het kopje “ongewenste gedragsvormen” onder meer vermeld:

“Alcohol, drugs en medicijnen
Het is verboden gebruik te maken van alcohol, drugs en medicijnen die o.a. de prestaties van het werk nadeling beinvloeden, zowel tijdens als korte tijd voor aanvang van het werk. Overtredingen kunnen aanleiding zijn tot het beeindigen van het dienstverband.”

De medewerker kende de inhoud van het arbeidsregelement.
Toen de medewerker op 2 februari 2011 aan het werk  ging, vermoedden zijn collega’s dat hij alcohol had gedronken. De werkgever werd geïnformeerd en deze is direct in gesprek gegaan met de medewerker. De medewerker ontkende dat hij alcohol had gedronken, maar onderging vervolgens wel een alcoholtest. Twee uitvoerders waren aanwezig tijdens het afnemen van deze positieve test. De medewerker had 0,8 promille alcohol in zijn bloed. Hierna heeft de werkgever besloten om de medewerker op staande voet te ontslaan.

De dag na het incident heeft de ontslagen medewerker zichzelf ziek gemeld, de nietigheid van zijn ontslag ingeroepen en zich beschikbaar gehouden voor arbeid.

Eerste aanleg
In kort geding heeft de medewerker wedertewerkstelling gevorderd en betaling van zijn salaris (plus wettelijke verhoging). De kantonrechter heeft de vordering afgewezen.

Hoger beroep
In hoger beroep stelt de medewerker dat de werkgever onvoldoende heeft bewezen dat hij onder invloed van alcohol zou zijn geweest en dat de kantonrechter in eerste aanleg teveel waarde heeft gehecht aan de bewijsmiddelen van de werkgever.

Het gerechtshof komt voor de vraag te staan wie eigenlijk het bewijs moet leveren voor de vraag of de werknemer onder invloed van alcohol is geweest. Het gerechtshof overweegt dat de bewijslast bij de werkgever ligt.

De medewerker is van mening dat de werkgever het alcoholgebruik niet met enkele blaasttestjes kan controleren, maar dat daarvoor een officiele bloedproef nodig is. Het gerechtshof onderschrijft deze stelling niet. Bewijs kan namelijk worden geleverd door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt. Naast de blaastesten heeft de werkgever ook bewijs geleverd door het horen van getuigen en nadere bewijsstukken. Het gerechtshof acht bovendien bewezen dat de medewerker vaker is gewaarschuwd.

Met de kantonrechter is het gerechtshof dan ook van oordeel dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was.

Meer infomatie
De volledige uitspraak van het gerechthof leest u via deze link.

CUMELA Advies
De werkgever is bijgestaan door CUMELA Advies. Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met mr. Sander van Meer, advocaat bij CUMELA Advies via jz@cumela.nl, tel. (033) 247 49 40. 

Auteur: Sander van Meer