"Uithoorn mag landbouwverkeer weren van Irenebrug"

26 juli 2019
Het landbouwverkeer mag geen gebruik meer maken van de route over de Prinses Irenebrug in Uithoorn. Dat is het gevolg van de uitspraak van de Raad van State (RvS). Die oordeelde namelijk dat de gemeente Uithoorn het verkeersbesluit tijdelijke inrichting Koningin Máximalaan voldoende zorgvuldig heeft genomen. Het heeft grote gevolgen, want een goede alternatieve route ontbreekt.
Op 24 juli heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de hogere beroepen tegen het verkeersbesluit tot tijdelijke inrichting Koningin Máximalaan door de gemeente Uithoorn. Daarin werd de gemeente in het gelijk gesteld, wat inhoudt dat landbouwverkeer geen gebruik meer mag maken van de brug. "De Raad van State onderkent dat de gevolgen van de afsluiting voor het landbouwverkeer groot zijn. Maar de omrijdroute van 13,5 km via Ringdijk Tweede Bedijking, Oude Spoorbaan en de N231 over de Vrouwenakkersebrug acht de Raad van State voldoende geschikt voor landbouwvoertuigen", zegt Hero Dijkema, beleidsmedewerker (land)bouwverkeer en vervoer van CUMELA Nederland.
 
Dijkema: “Wij zijn teleurgesteld over de uitspraak van de Raad van State. Over de Prinses Irenebrug rijden straks nog steeds vijfduizend auto’s en ook vrachtwagens die het winkelcentrum in Uithoorn bevoorraden. Ook zonder landbouwverkeer rijdt er nog steeds zwaar vrachtverkeer en veel overig verkeer. De route heeft daarmee nog steeds een belangrijke verkeersfunctie. Wij hadden verwacht dat de impact van de zeventien landbouwvoertuigen dan ook in het niet zou vallen.”
 
Dijkema vindt het dan ook bijzonder dat de impact van het landbouwverkeer over een route van 500 m door Uithoorn als groter wordt ingeschat dan 13,5 kilometer omrijden. “De uitspraak gaat helaas voorbij aan het belang van oeververbindingen zoals bruggen voor het landbouwverkeer. Wel wordt erkend dat afsluiten ervan grote gevolgen heeft voor het landbouwverkeer. Maar veel omrijden wordt toch niet als bezwaarlijk gezien. Dit valt toch slecht uit te leggen aan de bedrijven die worden getroffen door een dergelijk besluit.”
 
17 landbouwvoertuigen per dag
De zeventien landbouwvoertuigen, waarna Dijkema, verwijst waren een belangrijk onderdeel in het verweer tegen de gemeente Uithoorn. "In deze procedure is uitgegaan van gemiddeld zeventien landbouwvoertuigen die per dag gebruik maken van de Prinses Irenebrug." CUMELA Nederland is van mening dat Uithoorn niet voldoende heeft onderbouwd waaruit de hinder of overlast door landbouwverkeer bestaat. "Een goede onderbouwing ontbreekt ons inziens ook voor de aantasting van leefbaarheid en verkeersveiligheid in de kern van Uithoorn. Zeker in het licht van het relatief geringe aantal landbouwvoertuigen ten opzichte van de vijfduizend auto’s die in de eindsituatie nog steeds over Prinses Irenebrug blijven rijden.
 
Ook bij de Raad van State komt geen helderheid over de hinder of overlast door landbouwverkeer. Toch wordt wel meegegaan met stelling van de gemeente dat het weren van landbouwverkeer de verkeersveiligheid en leefbaarheid in het centrum ten goede komt. De Raad van State stelt in haar uitspraak: “Met de rechtbank komt de Afdeling tot het oordeel dat de voor de landbouwbedrijven nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Hierbij heeft de rechtbank van belang kunnen achten dat het totale aantal landbouwvoertuigen dat over de Prinses Irenebrug rijdt gemiddeld genomen over het hele jaar relatief klein is, terwijl het weren van landbouwverkeer wel in belangrijke mate de verkeersveiligheid en leefbaarheid in het centrum van Uithoorn ten goede komt.”
 
Met de uitspraak van de Raad van State komt er een eind aan de bezwaarprocedure tegen dit verkeersbesluit van de gemeente Uithoorn. Tegen deze uitspraak is geen beroep meer mogelijk.
Meerdere bezwaarmakers
Hiermee komt een einde aan een langlopende zaak. Het bezwaar had namelijk betrekking op het verkeersbesluit wat de gemeente Uithoorn op 3 maart 2016 genomen heeft. In het verkeersbesluit werd door Uithoorn gesteld dat met name het zwaardere verkeer, zoals vrachtwagens, bussen en landbouwverkeer, als zeer hinderlijk ervaren wordt. Ook omdat zij geen bestemming hebben binnen het dorpscentrum van Uithoorn. Bovendien zorgt dit verkeer voor een onveilige situatie, omdat dit zware verkeer dwars door het dorpscentrum rijdt.
 
Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt door onder meer CUMELA Nederland, LTO Noord, agrarische onderneming Agrimm, alsmede de gemeenten De Ronde Venen en Nieuwkoop. Nadat Uithoorn de bezwaren niet onderkende, hebben deze partijen beroep tegen het verkeersbesluit ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. Op 24 oktober 2017 heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de beroepen ongegrond waren. Tegen deze beslissing hebben de partijen vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
 
Snelheidsverhoging
Onder de streep betekent het voor de ondernemers een extra ritafstand van 13,5 kilometer oftewel een half uur extra reistijd. De provincie Noord-Holland heeft aangegeven tot heroverweging van het verbod voor landbouwverkeer op de N201 langs Uithoorn over te gaan, indien de wettelijke snelheid voor het landbouwverkeer wordt verhoogd. Ondertussen is de snelheidsverhoging van landbouwverkeer van 25 naar 40 km per uur nog een kwestie van tijd. Waardoor het juist weer makkelijker moet worden om landbouwverkeer op doorgaande wegen toe te laten en zo vlotte en veilige routes samen te stellen.
 
Meer informatie
Heeft u nog vragen? Neem contact op met de Ondernemerslijn via tel: 033 - 247 49 99 per e-mail ondernemerslijn@cumela.nl.
 
 
 
Auteur: Hero Dijkema