Geef telen van geslaagd vanggewas voldoende ruimte

6 oktober 2017
NVWA controleert of er direct na de maisoogst een vanggewas wordt geteeld op zand- en lössgrond. Daarvoor gebruikt de NVWA ook satellietbeelden. CUMELA Nederland onderschrijft het telen van een vanggewas na maïs ter voorkoming van de uitspoeling van nitraat. Om het doel te realiseren is dan wel nodig dat het vanggewas een goed ontwikkelde groenbemester wordt.

De teelt van de groenbemester begint niet met het inzaaien, maar met het weer in goede conditie brengen van de bodem na de maïsoogst (zeker in jaren met minder goede oogstomstandigheden). Dit kan naast het herstellen van de bodemstructuur onder gunstigere veldomstandigheden ook het bekalken (gunstig voor bodemstructuur en het benutten van voedingstoffen) omvatten. Een geslaagde groenbemester en vervolgteelt is alleen mogelijk als bovenstaande maatregelen zonder verder structuurbederf worden uitgevoerd.

Frans Ploegmakers (bestuurslid CUMELA Nederland) vindt dat het begrip ‘direct telen’ niet alleen uitgelegd moet worden als het direct na de oogst inzaaien of strooien van groenbemesterzaad, maar ook de andere teeltmaatregelen omvat. Immers, gedwongen worden onder slechte omstandigheden te zaaien geeft een slechte wortelontwikkeling met als gevolg een suboptimale opname van stikstof en onnodig veel uitspoeling. CUMELA gaat hierover in gesprek met het ministerie van Economische Zaken.

Onder de slogan “Betere Bodem, ons terrein” werkt CUMELA Nederland aan de verdere ontwikkeling van agrarische cumelabedrijven tot bodemspecialist. Dit doet ze door bewustwording te stimuleren en kennis over bodem te vergroten binnen de cumelasector. 

Auteur: Hans Verkerk