Enquête gebruik en verwachtingen precisielandbouw

15 maart 2017
In opdracht van de Topsectoren heeft Wageningen Research in samenwerking met LTO een enquête opgesteld voor cumela-ondernemers en boeren over precisielandbouw-technologie. Tot nu toe komt veel informatie komt van koplopers, maar over het peloton is weinig bekend. Alle cumela-ondernemers worden daarom gevraagd om deel te nemen. Als u de enquête invult maakt u kans op een iPad.

Recent kondigde Staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken aan dat hij gaat investeren in een Nationale Proeftuin Precisielandbouw waar de nieuwste uitvindingen, prototypes en technologieën voor precisielandbouw in de praktijk kunnen worden getest en doorontwikkeld. Ook stelt hij allerlei satellietdata ter beschikking voor het bedrijfsleven om nieuwe diensten mee te ontwikkelen. Een mooie stap in de goede richting! Want precisielandbouw-technologie wordt gezien als een methode om een belangrijke bijdrage te leveren  aan een duurzame landbouw: betere producten en productiemethoden, met minder inputs en hogere kwaliteit. Dat betekent dat we door de slimme inzet van technologie de nadelige bijeffecten van efficiënte productie voor een deel kunnen voorkomen.

Proeftuin hard nodig
Een proeftuin is nodig om de vele mooie technologieën goed bruikbaar te maken, want hoewel wetenschappelijk gezien de verwachtingen voor precisielandbouw om te komen tot een duurzame productie hoog zijn, valt of staat dit met het gebruik van de technologieën in de dagelijkse praktijk van de boer. En dat gebruik valt namelijk nogal tegen: “Iedereen doet aan Smart Farming, behalve boeren” zo vatte De Boerderij een recent rapport van ABN-AMRO hierover samen. En ook machinebouwers, die vanzelfsprekend de gedachte omarmen dat nieuwe machines beter zijn, zien de Smart Farming nog niet terug in de verkoopcijfers. Kortom, hoe wordt deze beloftevolle precisielandbouw nou eigenlijk gebruikt en wat zijn de motieven in de sector om er wel of niet mee aan de slag te gaan?

Enquête
Om een beeld te krijgen van welke precisielandbouw-technologie al gebruikt wordt, houdt Wageningen Research in samenwerking met LTO in opdracht van de Topsectoren een enquête onder boeren. 3 jaar geleden is een soortgelijke enquête onder leden van ZLTO gehouden. Hieruit bleek dat 65% van de akkerbouwers bijvoorbeeld al met GPS werken. De vraag waarom anderen hier nog niet mee werkten, werd vaak geantwoord dat het bedrijf te klein is, de technologie nog te complex en te duur en de beloofde voordelen niet concreet werden voor de eigen situatie. “Nu 3 jaar later willen we weer kijken wat de boeren maar ook loonwerkers er zelf van vinden” aldus Tamme van der Wal van Wageningen Research. Hij onderzoekt de adoptie van precisielandbouw: “Wanneer meer boeren en loonwerkers precisielandbouw toepassen is dat een win-win: hogere efficiëntie en een betere leefomgeving, maar we weten onvoldoende hoe de stand van zaken is in Nederland. Veel informatie komt vooral van koplopers, maar over het peloton is weinig bekend”. Wageningen Research heeft daarom een enquête gemaakt waarmee zij boeren en loonwerkers bevragen naar wat wel en niet gebruikt wordt en waarom. De vragenlijst is verbreed om ook (melk)veehouders mee te nemen, omdat in de stal steeds meer precision livestock farming plaatsvindt. “We willen zoveel mogelijk boeren bereiken om het beeld zo compleet mogelijk te krijgen” stelt van der Wal. Iedereen mag meedoen. Als dank voor de genomen moeite, wordt onder de deelnemers een iPad verloot. Hopelijk helpt dit twijfelaars nog over de drempel om mee te doen. Ook is het belangrijk te weten wat er leeft onder loonwerkers op dit vlak, omdat zij een belangrijk deel van de veldwerkzaamheden uitvoeren en ook voor kleinere bedrijven toegang bieden tot precisietechniek. Daarom is CUMELA Nederland gevraagd deze enquête ook onder haar leden uit te zetten. De resultaten komen ook voor de loonwerksector beschikbaar.

De enquête vindt u via deze link: http://www.wur.nl/nl/artikel/Enquete-Precisielandbouw.htm Zoals vermeld, onder de invullers wordt een iPad verloot.

Auteur: Maurice Steinbusch
Bron: Wageningen University & research en ZLTO